GINKGO of Japanse notenboom

 

Een levend fossiel

foto 01 F

foto 02

 

De Ginkgo is het enig overgebleven lid van een bomenfamilie die voorkwam in de prehistorie.

 

De naam

 Botanische classificatie: Ginkgophyta (of Ginkgopsida), bestaande uit de orde Ginkgoales, een aparte Ginkgo-familie –Ginkgoaceae– en één overgebleven geslacht Ginkgo. De enige nog levende soort is de Ginkgo biloba.
 

Ginkgo biloba:

Ginkgo: komt van het Chinese (later ook Japanse) woord Ginkyo dat betekent “zilveren abrikoos”(gin = zilver, kyo = abrikoos). Deze term komt waarschijnlijk van het Chinese yin-hsing.
Waarom Ginkgo en niet Ginkyo? Waarschijnlijk is er vroeger een schrijffout gemaakt waarbij de y is verwisseld voor de g.
 biloba: tweelobbig; bi van het Latijnse ‘bis’= dubbel, loba = lobben. De bladeren zijn waaiervormig met een insnijding in het midden, daarom tweelobbig.

Bij ons in Nederland worden ook  namen gebruikt als:  Japanse notenboom, Waaierboom, Japanse tempelboom en gewoon Ginkgo. De varenplant Adiantum of Venushaar heeft blaadjes die op de vorm van het ginkgoblad lijken.

In China :Yin Xing (Hsing), Ginkyo, Icho etc. Vóór de 11e eeuw werd de boom Ya-chiao genoemd, wat eendenvoet betekent, dit omdat de voeten van  manderijneenden lijken op een Ginkgoblad.

foto o2a

 

 

foto 03a

Tegenwoordig komt de naam Pei Kuo ook vaak voor. De zaden noemt men Bai guo.

In Japan : Icho, Ginkyo, Ginnan (zaden).

 

 

 

De Ginkgo is het enige overgebleven lid van een boomfamilie die voorkwam in de prehistorie.

foto 04

 

De Ginkgofamilie /Ginkgoaceae , een groep naaktzadigen uit de familie Ginkgoaceae met ongeveer 18 leden daterend uit het Perm 270.000.000 jaar geleden. In het Jura (213 miljoen jaar geleden),in het tijdperk van de dinosauriërs, bestond de Ginkgo dus al!Het ontdekken van Vrijdags voetafdrukken op het onbewoonde eiland Mars Atierra door Robinson Crusoe zal niet verrassender hebben kunnen zijn dan de vondst van het uitzonderlijke blad van de Ginkgo tussen de wirwar van boomvarens in de fossielen lagen uit het Paleozoïcum. Er waren toen zeker twee soorten, aangetoond door de vondst van fossiele bladeren.

 

foto o5

  

foto06

 

Tijdens het Midden Jura waren er meer soorten en tijdens het Krijt tijdperk (144 miljoen jaargeleden ) werd het maximale aantal soorten bereikt. In dat  ver verleden tijdperk moet de Ginkgo over de hele wereld verspreid zijn voorgekomen. De Ginkgo beleefde zijn hoogtepunt in Amerika, Azië en in Australië reeds in een periode voor onze coniferen verschenen en lang voor de komst van de loofbomen. Al voor het begin van de ijstijd schijnt een teruggang te zijn ingetreden die langzaamaan door ging .

Door klimaatveranderingen in dat verre verleden, waren er nog twee soorten over (Ginkgo adiantoides en Ginkgo gardneri) in het Tertiair (65 miljoen jaar geleden).
 Ongeveer 7 miljoen jaar geleden verdween de Ginkgo uit Noord-Amerika en ongeveer 2.5 miljoen jaar geleden uit Europa. Tot dat er maar een plekje overbleef , waar de oude zonderling zich kon handhaven, in de bergwouden van Tsje-kiang, in het uiterste oosten van China en Szetsjwan, een provincie in het westen. Nog steeds komt hij daar in het wild voor.

Wetenschappers dachten dat de boom was uitgestorven, maar de Duitser Engelbert Kaempfer ontdekte in 1691 dat de Ginkgo nog leefde in Japan. De heropleving is te danken aan priesters. In China werden de Ginkgo’s voornamelijk aangetroffen bij kloosters in de bergen en in paleis- en tempeltuinen, waar Boeddhistische monniken de Ginkgo als heilige boom hadden gekweekt in potten (voorlopers van  bonsai)

 

foto07

 

 

 vanaf ongeveer 1100 , waarschijnlijk om zijn schoonheid en andere goede kwaliteiten( medicinale ). Vanuit China vond verspreiding plaats (door zaad) naar Japan (ongeveer 1200 na Christus) en Korea.

Engelbert Kaempfer (1651-1716)

was een Duitse arts en botanicus die van 1690-1692 in Japan was voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij beschrijft de Ginkgo in zijn werk “Amoenitatum exoticarum”(1712). Later bracht hij Ginkgo zaden mee naar Nederland. De mogelijk eerste Ginkgoboom werd geplant in 1730 in de Oude Botanische tuin te Utrecht, waar hij nog steeds is te zien.( Dit is de onderstam)

 

foto08

 

In 1754 werd hij gekweekt in Engeland uit meegebrachte zaden. Daar vandaan en vanuit Japan kwam de Ginkgo in andere Europese landen terecht en later, in 1784, ook in de Verenigde Staten .
Tegenwoordig kun je exemplaren van de Ginkgo in bijna de hele wereld zien  en dan voornamelijk als sierboom in tuinen en straten, omdat de Ginkgo nagenoeg ziektevrij is en bestand tegen luchtvervuiling  en als bonsai.

 

foto 09

 

 

 

Hoewel gezien als een exoot is hij dus eigenlijk overal inheems!

De Chinese Ginkgo overleefde wezenlijk onveranderd, fossiele bladeren  uit het Tertiair zijn gelijk aan de moderne Ginkgo biloba. Hij wordt wel gezien als een van de wonderen van de wereld. Sommige Ginkgo’s zijn wel ouder dan 3.000 jaar.

 

foto10

 

 In de 11e eeuw (Sung-dynastie) verschijnt de Ginkgo in de Chinese literatuur ( hiervoor werd hij nog niet beschreven)als inheemse plant, voorkomend ten zuiden van de Yangtze rivier. Prins Li Wen-ho bracht de Ginkgo naar de hoofdstad Kaifeng en daarna werd de Ginkgo afgebeeld op schilderijen en verscheen in gedichten. De zaden zijn waarschijnlijk al sinds tenminste de Han dynastie (206-220 v.Chr.) een voedselbron. Na de Sung- en Yuan dynastie werd de Ginkgo overal  in China gecultiveerd.

 In het wild komt de Ginkgo nog alleen voor in bergachtige gebieden in het zuidoosten op de grens tussen Zhejiang en Anhwei en in enkele provincies in het midden en westen van China. Het kunnen ook nakomelingen zijn van gekweekte bomen uit tempeltuinen (zaad verspreid door dieren).

Ook vanwege de zaden werden de Ginkgo’s gekweekt . Men at ze geroosterd bij feestelijke gelegenheden als de drank rijkelijk vloeide . Het waren de pinda’s der oude Chinezen .

 

 

De Ginkgozaden werden al vermeld in Japanse tekstboeken vanaf 1492 en werden gebruikt bij de theeceremonie als versnapering en als dessert. In de Edo-periode werden ze algemeen gegeten als een soort groente.  In de 18e eeuw werd het een borrelnootje bij de sake. Tegenwoordig eet men ze gegrild of gekookt in bepaalde gerechten en nu nog steeds als borrelnootje.

Medicinale geschiedenis.
 

De zaden (baigo) zijn in de traditionele Chinese geneeskunst meer gebruikt voor allerlei kwalen dan de bladeren.
De zaden worden o.a. genoemd in de Pen Tsao Kang Mu door Li Shih-chen (1578).
Het gebruik van de bladeren schijnt al te zijn vermeld in de Shen Nung Pen Tsao Ching (ong. 2800 v. Chr. of uit de Han dynastie) als middel voor de bloedcirculatie, geheugen en de longen.  
Het interne gebruik van de bladeren is voor het eerst vermeld in de Ben Cao Pin Hui Jing Yao (1505) door Liu Wen-Tai.
De bladeren bevatten een aantal componenten die gunstig zijn voor o.a. de bloedcirculatie.
Eind jaren 50 begon men in het Westen de medicinale toepassing te bestuderen en nu gebruiken veel mensen in heel de wereld het kruid en wordt het ook wel op recept voorgeschreven in Europa. Het is te verkrijgen in capsules.

foto15


Na de jaren 70 begonnen andere takken van wetenschap zich voor de Ginkgo te interesseren en hem te onderzoeken.


 Hiroshima: 
de Ginkgo overleefde de atoombom.

Op 6 augustus 1945 werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een atoombom op Hiroshima (Japan) geworpen door de Amerikanen..  Een Ginkgo die ongeveer 1 km van de plaats van de bominslag naast een tempel stond werd zwaar beschadigd, maar naar later bleek  begon de Ginkgo weer uit te lopen zonder enige belangrijke verandering  (maar van de tempel was niets meer over).
Deze boom is nu beschermd en daarom heeft men de trappen van de nieuw gebouwde tempel aan beide zijde van de Ginkgo gebouwd. Een gedenkplaat erop heeft als opschrift: “No more Hiroshima”.

 

foto16


Hierom ziet men de Ginkgo wel als een symbool van de hoop.
Voor zover bekent zijn er nu nog vier  levende Ginkgo bomen die de atoombom  hebben overleefd .

Classificatie
 Tijdens het tijdperk van de dinosauriërs waren er op aarde veel zaadplanten, de naaktzadigen (gymnospermen). De zaden van deze planten zijn niet omsloten door een vruchtbeginsel en zijn meestal eenhuizig. Daarentegen is de Ginkgo  tweehuizig, en er zijn manlijke en vrouwelijke bomen.

De Ginkgo en de Cycaden zijn de enige nog levende zaadproducerende planten die bewegend sperma hebben.

De Ginkgo wordt vaak gezien als een conifeer omdat hij daar meer aan verwant is dan aan andere naaktzadigen. Het is echter geen conifeer, maar ook geen loofboom en neemt daarom een unieke positie in. 
De Ginkgoboom is de enige nog levende tussenvorm tussen de lagere en de hogere planten, tussen de varens en de coniferen. Door zijn unieke positie is de Ginkgo in een aparte klasse benoemd, Ginkgophyta (of Ginkgopsida). 
Deze bestaat uit de orde Ginkgoales (Engler 1898), familie Ginkgoaceae (Engler 1897), geslacht Ginkgo. Er zijn twee uitgestorven soorten: Ginkgoites en Baiera. 

De enige nog levende vertegenwoordiger van de orde Ginkgoales is de Ginkgo biloba ,die wij nu ook nog gebruiken voor bonsai.

foto 17 foto 17a

De Ginkgo heeft lange- en korte loten die bijna haaks groeien. (zie hierboven)Een korte tak kan lang worden en het uiteinde van een lange tak kan vaak veranderen in een korte tak. De takken van een jonge boom staan wat stijf  en recht omhoog. Daarom hebben oudere bomen een onregelmatiger vorm. ’s Zomers worden de contouren verzacht door het bleekgroene ,aan lange stelen hangende blad ,maar in de winter doet hij denken aan een beeldhouwwerk naakt en onbuigzaam. Met het ouder worden buigen de takken aan de uiteinde door en spreiden zich. De bladknoppen hebben een duidelijke vorm en bladlittekens. De bladeren groeien altenerend op de lange takken. Aan het einde van korte zijtakken groeien ze erg langzaam in clusters en produceren na een aantal jaren een lange twijg met verspreide bladeren. De korte loten produceren ook de zaden en pollen. De twijgen zijn geelbruin, lichtbruin of grijs, relatief glad. De boom is op zijn mooist in de herfst als de bladeren verkleuren naar helder botergeel , zonder een spoor van bruin of oranje. Het mooi zijn duurt maar kort zeker langs de kuststreek waar het altijd meer waait en het blad snel afvalt.

 

foto 17b (1)   foto 17c

 

Zoals gezegd is de Ginkgo geen conifeer maar ook geen loofboom en neemt daarom een unieke positie in. Zeker als we het hout door een microscoop gaan  bekijken: het ontbreken van vaten in het xyleem, maar duidelijke aanwezigheid van tracheiden (ronder en minder aansluitend als bij de conifeer). 
Het hout heeft prachtige sterkristallen (dit noemt men drusen ) bestaande uit calcium-oxalaat, die spaarzaam voorkomen in het hout maar zeer overvloedig zijn in de schors. Deze kristallen zijn typisch voor het Ginkgo geslacht.

Bladeren

  Deze zijn zo uniek dat ze makkelijk zijn te herkennen. De leerachtige bladeren bestaan uit een bladstengel en een waaiervormig blad: twee parallelle nerven verdelen zich vanaf de bladsteel voortdurend in tweeën en raken elkaar maar zelden.  De nerven zijn iets verhoogd waardoor een gegroefd patroon ontstaat (lijkt op aan elkaar gegroeide naalden). Een verticale insnijding aan de bovenkant van het blad verdeelt het blad in twee delen.

 

 

foto18

 

Aan dezelfde boom kan het blad meer lobben hebben, dit kan sterk variëren en verschilt ook per boom. Ook de diepte van de insnijding varieert sterk De laatste jaren zijn er op diverse kwekerijen soorten ontwikkeld met kleiner blad. En er zijn ook varianten met bont blad. (variegata).

foto 18a

 

 

foto 19 foto 20

 

 

 Het extract van de gedroogde bladeren is populair in de alternatieve geneeskunde als voedingssupplement voor de toepassing bij kwalen betreffende de hersenen, geheugen,benen, ogen en het hart. Wetenschappelijke studies tonen aan dat een goed extract de bloedcirculatie en het geheugen kan verbeteren, alsmede bloedklontering en schade door vrije radicalen kan voorkomen en een verhoogd gevoel van welzijn geeft.  
Ook het gebruikt als thee voor een aantal kwalen werkt het goed .

 

De boomvorm.

De Ginkgo kan wel 30-40 meter hoog worden en 9 á 10 meter breed met een stamomtrek van ongeveer 4 meter. Hij is goed herkenbaar aan de lange rechte stam met enkele horizontale takken. Grotere Ginkgo’s ziet men ook bij tempels in China en Japan.
De jonge Ginkgo’s zijn piramidaal van vorm met regelmatige, afstaande asymmetrische takken en een vrij open groeiwijze.

 

foto21


Oudere bomen hebben een ovaalvormige tot recht spreidende groeiwijze met soms onregelmatige takken en zij ontwikkelen een enorme stam en takken. De kroon verbreedt zich pas als hij ongeveer 100 jaar is. De Ginkgo wortelt behoorlijk diep.

De stam van oudere bomen kan een behoorlijke omvang bereiken door zijn secundaire groei. 
De Ginkgo kan een aantal verticale stammen vormen en een soort hangende uitwassen (chi chi) langs de stam en takken ontwikkelen (ziet er uit als luchtwortels). Deze kunnen in de grond wortelen en takkengroei vertonen (slapende vegetatieve knoppen) wat alleen bij de Ginkgo voorkomt.

De schors is lichtbruin tot bruinachtig grijs, met brede groeven en richels bij oudere bomen en heeft een kurkachtige structuur met hier en daar verdikkingen op de bast .

 

foto21a

 

 Bij bonsai ziet men eigenlijk alleen de rechtopgaande stam (Shokkan) met heel veel korte takjes vlak langs de stam.

 

                 foto22    23

 

Cultuur

De Ginkgo kan  temperaturen tussen ongeveer –30/40 tot +20/30 graden C (zones 3-9) verdragen.  Bijna elk arboretum of botanische tuin heeft één of meer Ginkgo’s staan. De mooiste exemplaren zijn te zien bij tempels in China, Japan en Korea. In China groeien ze ook in wouden en valleien op goed doorlatende zandige bodem. De Ginkgo kan 1000 jaar of ouder worden. In China is de oudste boom ongeveer 3.500 jaar! De meeste Ginkgo’s bestaan als sierboom/straatboom en ze groeien over bijna de hele wereld
In de USA, Europa, Japan en Korea kweekt men de boom in grote  aantallen op plantages voor zijn gebruik als alternatief geneesmiddel.

 

foto 23a

 

De Ginkgo is een mooie en unieke boom om te planten bij speciale gelegenheden en voor het gebruik als  bonsai.

Vermeerdering

Bevruchting , Vaststellen geslacht , Verspreiders en het kweken uit zaad.

Bevruchting

De Ginkgo is een naaktzadige (gymnosperm), het zaad is beschermd door een vleesachtige zaadhuid in een mooie ronde vrucht .
Zijn vermeerderingswijze is bijzonder uniek, want deze  ligt tussen een dierlijke en plantaardige wijze van bevruchting in! De Ginkgo is tweehuizig, elke lente ontwikkelen de 'katjes' zich op de manlijke en de zaadknopjes (ovula) op de vrouwelijke boom aan de kortloten tussen de bladbundels,

foto 24

 

 de Ginkgo bloeit pas  na 20-35 jaar, en in onze streken bijna nooit De pollen bereiken de zaadbeginsels door de wind. De eigenlijke bevruchting vindt pas plaats in het najaar aan de boom.

De Ginkgo en de Cycaden zijn de enige nog levende zaadproducerende planten die zelfstandig bewegend sperma bezitten. Dit is van de Ginkgo door Sakugoro Hirase in 1896 ontdekt in Tokio.

De groengele aren (3-6 bij elkaar) aan de mannelijke boom bevatten stuifmeelkorrels met elk meestal twee microsporen waarin zich het zaad bevindt.
  De twee (soms wel 3 of meer) zaadknoppen van de vrouwelijke boom staan op steeltjes.

 

foto 25  

  Zaadknoppen

Soms groeien de zaadknoppen en katjes op het blad (dus zonder steel).

 

foto 26

 Dit bijzondere verschijnsel noemt men ‘Ohatsuki’ en dit ziet men meestal alleen bij oudere bomen.

 

Een zaadknop bestaat uit een integument (de toekomstige zaadhuid) dat de nucellus omvat.

 

foto 27

 

 Wanneer het stuifmeel terechtkomt op een pollinatie druppel in het midden van de pollenkamer in de nucellus, waar verdere kieming van de microsporen plaatsvindt tot vertakte pollenbuis (gametofyt).
 Een van de cellen in de zaadknop gaat zich dan delen, kerndeling vindt dan plaats en celwanden worden gevormd waarna een archegonium ontstaat bestaande uit halswandcellen en een grote eicel.

Het manlijke gametofyt bevindt zich in het aanwezige vocht in de bevruchtingskamer boven het vrouwelijke megagametofyt dat groen van kleur is. Dit is zeer uniek omdat het chlorofyl bevat en dus het fotosyntheseproces kent. De spermacel produceert twee spermatozoïden die elk duizenden zweepharen (flagellen) bevatten. Zij rusten tot de eigenlijke bevruchting plaats vindt in het najaar. Dan worden ze uit de gametofyt geperst en zwemmen zelfstandig opwaarts (het zaad hangt dan naar beneden) naar de bevruchtingskamer. Een van de spermatozoïden zal dan de eicel bevruchten.

Kort na de bevruchting begint de ontwikkeling van het embryo, de zaadknoppen zwellen op tot pruimachtige zaden van ong. 2,5 cm. De eigenlijke bevruchting vindt plaats aan de boom kort voor dat de zaden op de grond vallen (najaar). Het embryo groeit in het voedselrijke weefsel van de vrouwelijke gametofyt.
Er zijn twee zaadlobben (cotylen).

De zaden vallen pas van de boom enige weken nadat het  blad is  afgevallen.

 

28  foto 28a

Een gerijpt zaad bestaat uit een (of meer) embryo’s , voedselrijk weefsel en de zaadhuid, die bestaat uit een harde binnenlaag (sklerotesta met 1 tot 3 delen) en een vleesachtig, geel tot oranje gekleurde buitenlaag (sarkotesta, 5-6 mm).
Als  de vrucht op de grond is gevallen verschrompelt deze buitenlaag en verspreidttijdens het rottingsproces een vreselijk nare geur als van ranzige boter.

De zaadhuid bevat butaanzuur en urushiol en dit kan bij mensen die daar gevoelig voor zijn eczeem veroorzaken bij aanraking . Het zaad zelf is eetbaar (koken/grillen).
De zaden van de zaadhuid ontdoen, grondig wassen en daarna drogen. Ze zien er dan uit als een grote dichte noot.

De Ginkgo kan zich ook aseksueel vermeerderen dit noemt men chi chi

Vaststellen geslacht

Of een Ginkgo vrouwelijk of manlijk is weten we pas als de boom voor het eerst bloeit na 20-35 jaar! Dus bij ons moeilijk vast te stellen (bloei komt immers zelden bij ons voor) Veel bomen in tuincentra en bij kwekers zijn mannelijk (geënt) maar er zijn gelukkig ook vrouwelijke cultivars.
Mogelijk vallen de bladeren van de vrouwelijke boom 2-3 weken later van de boom. De oude Ginkgo in De Oude Hortus in Utrecht is mannelijk maar de erop geënte vrouwelijke tak krijgt later gele bladeren dan de rest van de (mannelijke) boom.

Verspreiding van het zaad.

De zaadhuid vertraagt de kieming en trekt dieren aan als de zaden op de grond zijn gevallen. Tijdens het spijsverteringsproces in het lichaam van het dier wordt de zaadhuid verwijderd en de zaden komen later elders terecht via de uitwerpselen en wellicht kunnen ze dan al direct gaan ontkiemen.

In de prehistorie waren de dino’s de verspreiders ,nu alle zaad etende dieren (vogels,eekhoorns enz.)

foto29

Het kweken van een Ginkgo uit zaad.

 

foto29a                                                                   foto30

Je kunt zaden kopen via internet, bij kwekers of bij zaadhandelaren.  Bewaar ze tot gebruik in een afgesloten plastic zak of doosje op een koele,droge donkere plaats of in de groenten la van de koelkast.

 Probeer altijd een goede kwaliteit zaad te kopen.

Stratificatie :


Koudestratificatie is niet of nauwelijks nodig, maar de kieming is beter als het zaad een koudeperiode van enkele maanden krijgt. Doe het zaad voor het zaaien in een schaaltje water;  de zaden die blijven drijven kan je weggooien ,deze hebben geen kiemkracht meer.

 Stratificatiemethoden:
 

Doe de zaden in vochtig schoon/steriel zand ,je kan ook turfmolm of perliet gebruiken.
Vochtig betekent dat er geen water meer uitloopt als je erin knijpt  
Doe dit in een afgesloten kleine bak of plastic zakje op een koele plaats  ( 2-5oC).Of weer in de groentenla van de koelkast.  Controleer regelmatig op schimmelvorming en kieming. Kieming kan 30-60 dagen duren, dus begin met de koudestratificatie ongeveer half februari.

De ervaring is dat de zandmethode goede resultaten geeft. Goede kwaliteit zaden en steriel werken zijn echter de belangrijkste voorwaarde. 
De kiemkracht is zonder koude stratificatie  behoorlijk minder maar wel sneller ,circa 2 weken na het zaaien kiemen de 1e zaden al. 

foto 32   foto 32a


De zaden  met weinig zand  afdekken .

Doe na koudestratificatie de gekiemde zaden in schone potten.  Gebruik verse natgemaakte zanderige potgrond (40% zand met wat grit ), dus moet goed doorlaatbaar zijn.  Bedek de zaden licht met zand (2 cm).
Zet de potten  koud weg op een lichte plaats (geen zon). Besproei dagelijks, houdt de grond vochtig maar niet te nat. Laat de wortels nooit  uitdrogen maar ook niet in water laten staan. Zorg voor goede ventilatie. Als de zaailingen voldoende groot zijn kunnen ze naar buiten op een plek in de schaduw en geef wat organische mest. Na 2 jaar kunnen ze in een bonsai schaal worden geplant of op hun plaats van bestemming.

Direct buiten zaaien.

Direct buiten zaaien kan ook, in de herfst ,5 tot 8 cm diep bedekken met wat turf .De beste zaaitijd is maart-april en de grond matig vochtig houden .

Let op:Ginkgozaden kiemen onregelmatig, nooit in de zomer zaaien en bescherm het zaad tegen konijnen en muizen die zijn er gek op.  

Verpotten.

In het vroege voorjaar  , jaarlijks tot de boom 10 jaar oud is, later om de 2 á 3 jaar of zelfs langer afhankelijk van de staat van de wortelkluit. Gebruik een luchtig grondmengsel met veel split er door.

De Ginkgo heeft een voorkeur voor een zonnige plaats, jonge boompjes wat schaduw geven en vochtige,  goed doorlatende grond, maar past zich makkelijk aan, dus hij groeit ook in arme grond,  bij diverse zuurgraden, bij hitte, droogte,en luchtvervuiling   (het is een diep wortellaar). Dus gebruik voor de Bonsai een wat diepere schaal.
 De Ginkgo heeft een buitengewoon grote weerstand tegen ziektes, insectenplagen, schimmels, luchtvervuiling en zelfs vuur en radioactieve straling( denk aan Hiroshima). Daarom wordt hij veel aangeplant als straatboom, want hij hoeft nooit bespoten te worden met bestrijdingsmiddelen. 
Hij tolereert sneeuw, ijs, stormen en kan tegen de effecten van het broeikaseffect (verhoogd CO2).
Ook aangeplant in parken, landschappen en tuinen en  kan hij dienen als schaduwboom (oudere boom), leiboom en heg. De groei is vrij langzaam.

 

Watergift.

 

Geef overvloedig water gedurende het groeiseizoen. In de winter aan de droge kant houden, omdat dit mede helpt vorstbeschadiging aan de wortels te voorkomen.

 

Voeding.

 

Bij vloeibare mest om de 2 weken van af het voorjaar tot de augustus.

Of de wel bekende D.C.M. mest

Snoei.

 

Nieuwe groei terug snoeien tot 2 of 3 bladeren ,snoei zodanig dat het hoogst geplaatste blad naar buiten toe gericht is .Indien grote/zware snoei nodig snoeiwonden aan de voorkant van de boom vermijden, omdat de Ginkgo geen callus vormt  Pas op met bedraden daar het draad snel kan ingroeien .

 

Vermeerderen.

 

 Je kan stekken van half rijp hout van mei –augustus, gebruik grof zand met wat turf , doe er een plastic zak over en vochtig houden. .

Marcotteren kan in de lente.

 

Het  blad voor Medicinaal gebruik.

Het blad gebruiken  de Chinezen en Japanners al sinds oudsher als kruidenmedicijn en het wordt nog steeds gebruikt in medicinale thee voor de bloedcirculatie en tegen bijv.  bronchitis, gehoorverlies,huidziekten, hoesten, astma, geheugenverlies,  angst, concentratie, etc.

In de jaren 50 werd het blad in Europa grondig onderzocht en bestudeerd op de medicinale werking.  De Duitse dr. Willmar Schwabe produceerde in 1965 uit de bestanddelen van het blad een extract. Later gingen ook andere bedrijven het extract ontwikkelen.
Er zijn inmiddels honderden wetenschappelijke studies en onderzoeken verricht naar de chemie, farmacologie en klinische toepassing van het blad, dit werd meestal gedaan door Europese onderzoekers, en in de laatste jaren ook in de Verenigde Staten.  Het wordt in een speciale vorm (ginkgolide B) toegepast bij bijvoorbeeld het voorkomen van afstoting van getransplanteerde organen.

In Duitsland en Frankrijk kan men het op recept verkrijgen en wordt vergoed door de ziektekostenverzekeringen; ruim 5 miljoen recepten worden jaarlijks uitgeschreven. Ook in

Nederland is het op recept verkrijgbaar tegen vaatvernauwing bij b.v. zgn. ‘etalagebenen’ (claudicatio).
Het extract is ook vrij verkrijgbaar en kan als voedingssupplement gebruikt worden voor kwalen betreffende de ogen,benen,hersens, geheugenverlies,concentratie  het hart en de oren.
Het is opgenomen (meestal in lage dosis) in veel voorkomende   multivitaminen/mineralentabletten en capsules

In China kwam deze ontwikkeling pas na 1990 op gang.

 Het extract bevat  flavonoïde glycosides, en terpenen die ginkgolides bevatten. Biolavonoïden komen vooral voor in groenten en fruit en fungeren als antioxidanten. De ginkgolides voorkomen o.a. bloedklontering. En bioflavonoiden, hebben ook een gunstige invloed op de bloedsomloop
Het standaard extract bevat 24% flavonoïden en 6% terpenen. 
Of de geclaimde voordelen ook verkregen worden bij andere samenstellingen is niet zeker;de div. merken verschillen nogal in samenstelling.

 De gedroogde bladeren  worden gebruikt om thee van te maken of verpulverd om  capsules te vullen.

 

Het Ginkgoblad wordt ook gebruikt in de cosmetica voor o.a. shampoo. Tevens is het een insecticide en wordt het gebruikt als mest. In Japan gebruikt men het blad als boekenlegger om de kleur en vorm en het aanwezige insectenwerende vermogen om boekenluis en zilvervisjes te verdrijven

Plantages.
 

De grootste Ginkgo plantage  bevindt zich in Sumter, Zuid Caroline (USA) waar miljoenen bomen ongeveer 1 meter uit elkaar geplant zijn. ( deze is van een Franse/Duitse eigenaar)
Deze houd men op ongeveer op1 m hoogte om het blad plukken te vergemakkelijken. Er zijn plantages waar men de bomen hoger laten groeien

 

foto 23a

 

Men begint met het plukken van de bladeren half juli als ze nog groen zijn. 
Om de  5 jaar worden de bomen tot op de grond gesnoeid. 

 Voor het oogsten gebruikt men speciale katoenplukmachines.

De Ginkgo wordt intensief gekweekt om te voldoen aan de toenemende vraag naar het bladextract. De grootste plantages zijn in Zuid-Korea, Japan, Frankrijk(bij Bordeaux) en de USA, het blad wordt gedroogd, geperst en vervoerd naar de Europese fabriekanten voor de productie van het extract

 

 

Site 

Menu


satsuki     

 

 

 

     Site Menu  

bonsai   

 

 
 
Neem nu een abonnement!