De
Taxuskever/Lapsnuitkever
Onderschat
dit probleem niet !!
Het
geslacht Otiorrhynchus kent een 1000 tal
soorten.
Meerdere Otiorrhynus
kunnen voor Rhododendron/Azalea's schadelijk zijn o.a. de
O.sulcatus, O.Singularis,O.raucus,O.clapives lugdunensis en
O.rugosostriatus. De Otiorrhynchus clapives lugdunensis is
eveneens een polyfage soort die meerdere sierstruiken
aantast, zodat ook de azalea als waardplant kan verwacht
worden.
De
taxuskever/Lapsnuitkever is een insect dat in de tuinbouw
zeer berucht is. De grote van de larven kan onderling per
soort nogal verschillen, van 5,5 tot 12 mm. De
belangrijkste soort is O.sulcatus(de gegroefde
lapsnuitkever) kan meer dan 10 mm groot worden. De
taxuskever wordt ook wel gegroefde lapsnuitkever genoemd en
vormt vooral in diverse boomkwekerijgewassen en in de
Bonsai, waaronder ook de Azalea, een moeilijk te bestrijden
plaag. Ook fuchsialiefhebbers in o.a. Nederland en België
verspelen veel van hun planten aan de vraatzucht van deze
larve. Vooral de larve van de taxuskever/lapsnuitkever kan
flink wat schade aanrichten en bestrijding is daarom
noodzakelijk.
De
taxuskever behoort tot de snuittorren. Deze torren vreten
met hun knipkaken aan bladgroen. Voor hun belagers zijn ze
goed gepantserd en bij onraad laten ze zich 'schijndood'
neervallen.
Van al
de soorten lapsnuitkevers krijgen onze planten meestal
alleen bezoek van Otiorrhynchus sulcatus, de Gegroefde
lapsnuitkever. De zwarte tot bruinzwarte kevers zijn 10 à
12 mm lang. Op de dekschilden bevinden zich kleine gelige
vlekjes. Kenmerkend is de typische brede snuit met de twee
antennen. Het kevertje is zelden te zien overdag. De 10 tot
12 mm grote roomkleurige larven liggen gekromd (C vorm)
tussen de wortels in u bonsai schaal/pot, ze hebben een
bruine kop en zijn pootloos.
Schadebeeld van kever
en larven
De
taxuskever wordt zowel buiten als in kassen aangetroffen en
is vooral verzot op houtige gewassen. Het insect, dat een
goede loper is en lange afstanden weet al te leggen, duikt
zowel op in vaste planten als in potplanten en heesters.Hij
kan voorkomen in ondermeer de teelt van fuchsia, azalea,
camelia, hortensia maar zeker ook in onze
bonsai.
De
taxuskever leeft van bladmoes, dat deze uit de bladranden
in de richting van de hoofdnerf weg knaagt. Hierdoor
ontstaan langs de bladranden afgeronde
vraatgaten.
De
aangevreten bladeren zitten meestal alleen in de onderste
helft van de boom.
De
vraatsymptomen kunt u gemakkelijk verwarren met de
activiteiten van bepaalde rupsen. Maar rupsen vreten ook
aan de bladeren van het bovenste deel van de boom. En die
vreten soms ook gaten midden in een blad. Hun vraatpatroon
ziet er grover uit en ze werken ook wel stukken van de
hoofdnerf achter de kiezen.
Overdag zult u de
kevers nergens in de Bonsai aantreffen. Ze zitten dan
weggekropen in de bovenste grondlaag of ze verschuilen zich
onder een kluitje.
De
beschadigingen, die de keverlarven aanrichten, zijn
moeilijker waar te nemen. Dit gebeurt namelijk in het
wortelgestel onder de grond. Schade merkt u pas op als een
gezonde plant in het voorjaar in korte tijd flets blad
krijgt. Daarna gaan de bladeren slap hangen, vergelen en
vallen af of hij loopt helemaal niet meer uit. Trekt u maar
eens aan een dergelijk kwijnende plant: staat hij los in de
pot, dan kunt u hem wel afschrijven, want de larven hebben
dan veel van het wortelgestel opgevreten. Maar maakt de
larven wel eerst dood voordat u de grond in de vuilnisbak
gooit. Nooit de oude grond in u tuin uitstrooien
!.
Hoe
komt deze kever in uw Bonsai schaal.
De
kever heeft een aantal mogelijkheden om in uw Bonsai schaal
te komen. In bosrijke gebieden komt hij vrij in de natuur
voor. Haalt u blad voor uw winterberging of strooisel voor
uw eigen potgrondmengsel uit het bos, dan haalt u ze
ongemerkt in u tuin. Ze kunnen ook binnengehaald worden met
nieuwe heesters, die u bij het tuincentrum heeft
aangeschaft
Levenscyclus
Hoe
voorkomen of verminderen we de schade door de taxuskever in
onze verzameling. Daartoe moeten we eerst de levenscyclus
van dit beestje goed kennen. Bij de boomkwekers in Boskoop
wordt de taxuskever/lapsnuitkever "mobium" genoemd en bij
druiven kwekers "druivenhaan" Een 'hem' bestaat eigenlijk
niet. Er zijn namelijk alleen maar vrouwtjes en die zijn in
staat om zich 'ongeslachtelijk' voort te planten. Voordat
ze kever worden, verpoppen ze zich. De taxuskever kent
slechts een generatie per jaar.
Hoe
ziet het verloop van een dergelijk generatie eruit? Dan
gaan we uit van de generatie, die bij u in de tuin of in
het vrije veld voorkomt. In uw tuin verschijnen de eerste
kevers vanaf eind mei. Vanaf eind juli gaan die kevers
eieren leggen. De incubatietijd van de kleine witte eieren
bedraagt 25-30 dagen gemiddeld Tot in de tweede helft van
september gaan ze daarmee door. Een 'gezonde' kever heeft
dan meer dan 600 eieren her en der in de bovenlaag van de
grond afgezet. Deze komen gelukkig niet allemaal uit. De
eerste larven komen na zo'n 3 weken uit de eieren, zodat er
vanaf de eerste helft van augustus tot begin oktober eieren
uitkomen. De jonge larven begeven zich naar het
wortelgestel van planten. Ze worden naar de wortels gelokt
door koolzuurontwikkeling, en doen zich dan te goed aan de
jonge haarwortels en de stambast. Na de
overwinteringperiode, zo omstreeks maart, is hun vraatzucht
het grootst, dan beginnen ze aan de dikkere hoofdwortels,
zo kan één larve al snel een plant laten afsterven. De
levenscyclus van de Otiorhynchus sulcatus omvat een ei-
stadium, zes of zeven larvenstadia, een popstadium en een
volwassen stadium. Buiten zijn de eerste volwassen kevers
rond mei te zien.Deze zijn ongeveer 7 a 10 mm. lang, hebben
een bruinzwarte kleur en vaalgele vlekjes op hun rug.
Verder maken de antennen een knik en zijn de dekschilden
gegroefd en met het lichaam vergroeid.
Vanaf
begin juli tot eind oktober worden de kleine, een beetje
bolvormige, witte eieren afgezet.Deze worden al snel bruin.
Uit de eitjes komen larven met een wit doorschijnend tot
soms rozeachtig lijf en een bruinrode kop. Wanneer de
larven net zijn uitgekomen, zijn ze ongeveer 1 mm. lang,
uiteindelijk worden ze 12 mm. Lang. De larven hebben geen
poten en het lichaam is vaak gekromd in een typische C vorm
die aangenomen wordt bij verstoring. Het lichaam is bezet
met stijve, harde, wit tot lichtbruin gekleurde, kromme
haren. De overwintering vindt plaats in het larvenstadium.
Zodra het weer wat warmer wordt, komt de larve weer in
actie. De volgroeide larven verpoppen zich in het voorjaar
in de grondde poppen zijn ook wit tot crème van kleur en
zijn 7 a 10 mm. lang.
Buiten
in de vrije natuur is er één generatie per jaar. In de kas
is de ontwikkeling enigszins anders, de temperatuur is
hoger waardoor de levenscyclus korter is.
Vreten
een aantal larven alleen aan het fijne wortelgestel, dan is
een dergelijk plant bij tijdig ontdekken vaak nog te
redden. Bomen met vlezige wortels (zoals Ulmus)laten zich
moeilijk van kevers ontdoen, omdat ze in gangen van deze
dikke wortels verscholen zitten.
Bestrijding
Wanneer u een
taxuskever aantreft, is een snelle bestrijding
noodzakelijk. Een enkele kever kan al leiden tot een grote
populatie. De overheid verbiedt steeds meer chemische
middelen, waardoor het steeds moeilijker wordt om te
bestrijden, pas bij de introductie van het chemische
bestrijdingsmiddel Admire en Provado (laatstgenoemde is
specifiek meer geschikt voor de professionele tuinbouw)
kunnen bonsailiefhebbers de taxuskever afdoende bestrijden.
Spuiten met Admire. Alle bekende vangmethoden van
taxuskevers zijn door dit eenvoudige, en redelijk veilig te
verwerken middel niet meer aantrekkelijk. Een groot
voordeel bij de verwerking van dit gewasbeschermingsmiddel
is de mogelijkheid van verwerking volgens de gietmethode.
Een klein afgestreken maatschepje met korreltjes Admire in
een maatbeker met 1 liter water doen, goed doorroeren en
bij uw planten gieten. In het zomerseizoen nog enkele malen
het aangieten herhalen. En ook wittevlieg en bladluizen
worden gelijktijdig hiermee dan bestreden.
Onderzoekers werken
nog volop aan nieuwe bestrijdingsmiddelen. Hierbij valt te
denken aan het lokken van kevers met vallen met geurstoffen
of met lokaas dat een bestrijdingsmiddel bevat. Een andere
methode die in ontwikkeling is, is het mengen van een
schimmel door de grond die larven infecteert. Dit zijn
hoopgevende ontwikkelingen, maar vooralsnog zijn deze
methode niet rijp voor de praktijk.
Sucon
10 dat vooral werkt tegen de larven van de taxuskever en
dat door de grond moet worden gemengd, mag alleen in
boomkwekerijgewassen en de vaste -plantenteelt worden
ingezet, dus goed te gebruiken voor onze bonsai.
De
volwassen taxuskever is niet eenvoudig te bestrijden, omdat
ze zich overdag schuil houden. Het is daarom ook aan te
raden om chemische middelen in de schemering toe te passen
dan worden het beestje pas actief.
De
biologische bestrijding met behulp van parasitaire aaltjes
is onderzocht en uitgeprobeerd maar uiteindelijk blijkt
deze methode voor onze bonsai liefhebbers niet zo geschikt
te zijn, onder andere vanwege de lagere temperatuur. De
aaltjes kunnen daar namelijk onder 12°C hun werk niet goed
doen.
Naast
de Otiorhynchus sulcatus ( de gegroefde
lapsnuitkever )
zijn
er ook nog enkele andere soorten ,
n.l.
de Otiorhynchus ovatus (kleine
lapsnuitkever )
, de
Otiorhynchus singularis (gevlekte
lapsnuitkever )
en
de
Otiorhynchus
rugosostriatus (de cyclamen
-lapsnuitkever).
Deze
soorten hebben een vrijwel overeenkomstige levenswijze en
kunnen alle voor veel schade zorgen .