Hoe krijgt u een fijne vertakking op
de Pinus parviflora?
Een fijne vertakking
krijgen op de Pinus parviflora kan wel enige
jaren in beslag nemen . U kunt er van uit gaan
dat u 4 á 5 jaar nodig heeft om dit te
bereiken.
In Japan worden de bomen in hun
jonge jaren heel zwaar bemest. Kijkt u maar naar
de lange basistakken, de compacte groei bovenin
met kleine naalden en het geringe aantal eindknoppen,
meestal maar één. En dat terwijl een gezonde Pinus in
de natuur bijna altijd vijf eindknoppen heeft. Die
kleine naalden bereiken de kwekers door een paar
jaar voor de verkoop/export de voeding en watergift
drastisch te verminderen om zo de bomen te
dwingen hun reserves te gaan gebruiken.Dit gaat ten
koste van de vitaliteit met als gevolg dat
bij het uitlopen in het voorjaar de parviflora-dennen
uitlopen met maar één knop, terwijl in de jaren
hiervoor er genoeg uitlopers waren. Conclusie: de boom
is in feite behoorlijk verzwakt en daar komt nog bij
dat de boom in slechte kwaliteit grond (rode
klei) staat, waarin hij naar Europa werd gestuurd. (De
laatste twee jaar is de grond al wel beter,vooral bij
import uit China, omdat er veel klachten waren van de
Europese handelaren en veel sterfte.) Dus na aanschaf
van uw import Pinus is er heel wat werk aan de winkel
de komende jaren.
Wat willen we
bereiken?
1
De vitaliteit verhogen
door goede bemesting
2
Meer eind knoppen
kweken
3 Knopselectie kunnen
toepassen
4 Zorgen voor het optimaal
functioneren van het wortelgestel door middel van
mycorrhiza.
De vitaliteit verhogen doen we
door het geleidelijk opvoeren van de bemesting; dus al
vroeg in het voorjaar mest gaan geven en ook nog meer
dan normaal. Maar pas op voor overbemesting; de wortels
zijn – zeker kort na verpotten - erg gevoelig
voor te veel mest. Ik heb daarvoor de
gebruikelijke D.C.M. Mix 2,
7-6-12+mg. gekozen. Het resultaat was:
grotere naalden en op de sterkste delen/takken
van de boom dit jaar - het 1e jaar dus
- al meer knoppen; bij sommige van de
sterkste takken zelfs al drie . Sommigen
zeggen dat 10-6-6 of 10-4-6 - meer
stickstof dus – een beter resultaat geeft, maar
met als gevolg dat het loof verder van de stam komt te
staan. Bij D.C.M. Mix 2 bleek wel dat er grotere
naalden ontstonden, maar met een compactere groei (door
het hoge Kaligehalte: 12 ).
Om knopselectie te kunnen
toepassen moeten er eerst voldoende knoppen zijn. Maar
daarvoor zijn vitaliteit en goede groei
noodzakelijk; dan komen de knoppen vanzelf. Hoe kunt u
knopselectie gaan toepassen? Bij een groepje van
drie eindknoppen de twee zijkoppen nijpen om de
middelste - de sterkste - door te laten groeien tot de
herfst, wanneer u deze alsnog kunt weghalen. In de
zwakkere delen van de boom moet u als er drie knoppen
zijn de twee zwakste weghalen en in de sterkste
delen de twee krachtigste knoppen van zo’n drietal. Het
is van groot belang dat u zo veel mogelijk knoppen ziet
te krijgen; op boven geschetste wijze en met veel
geduld lukt dat ook.
Om de boom optimaal te laten
functioneren komt het verpotverhaal aan de beurt (zie
verpotten van een Pinus parviflora)en de enting met
mycorrhiza. U kunt deze witgrijze schimmel vinden in
schaal en/of wortelkluit en – uiteraard - in
dennenbossen. Vervolgens dat spulletje gewoon door uw
grondmengsel doen, enten dus.
Het
1e jaar( na de aanschaf van uw import
Pinus)
Het bemesten begint in maart
door één of twee keer een vloeibare mest (bv. de D.C.M.
vloeibare mest ) te geven, omdat het dan nog te koud is
voor een vaste meststof. Die eist nu eenmaal een wat
hogere temperatuur om de werkzame stoffen af te gaan
geven. Dus vanaf april, als het weer wat beter wordt,
begint u met een vaste meststof, bv. D.C.M. Mix
2. Deze organische meststof werkt 100 dagen. U kunt dus
in juli eventueel nog wat Mix 2 bijgeven, maar niet te
veel. Past u op voor overbemesting. Houdt u aan
de gebruiksaanwijzing van de door u gekozen meststoffen
! De uitkomende kaarsjes inkorten door nijpen.
Omdat u meer mest bent gaan geven, betekent dat
ook dat u meer water moet geven en dat is even wennen.
Doorgaans houden we de dennen vrij droog. Maar met een
goed doorlatende/drainerende grond is dat geen
enkel probleem; dan geeft u niet snel te veel
water. Vanaf half september begint u met een
stikstofloze mest , bij voorbeeld Vivi Kali
N-2-K-20 voor het afharden en de
knopzetting.
U zult aan het einde van het
seizoen al resultaat zien in de vorm van grovere, maar
veel groenere naalden en misschien ook al
meer eindknoppen.
Het
2e jaar
In het voorjaar, vóór de knoppen
gaan uitlopen, is het belangrijk de oude overjarige
naalden te verwijderen om te bevorderen dat er meer
licht in de boom valt. Dat stimuleert de vorming van
nieuwe knoppen op het oude hout.
Knipt u de
naalden kort af, dus de schachtjes laten
staan.
:
Om beschadiging van de bast te
voorkomen moet u de naalden niet uit
trekken; de naald- restanten na de knipbeurt
vallen er na drie tot vier weken vanzelf af. De
uitlopende kaarsjes weer kort nijpen.
De hoeveelheid mest iets
opvoeren in vergelijking met vorig jaar. Het schema
blijft het zelfde als vorig jaar. De hele zomer weer
veel water geven. De nieuwe kaarsjes moet u kort
nijpen, laat ongeveer drie tot vijf naaldenbundels
staan . De nieuwe naalden, die nu uitkomen, worden weer
groter dan vorig jaar. Aan het eind van de zomer zullen
de eerste nieuwe knoppen zichtbaar
zijn.
Het
3e jaar
Als alles naar wens verloopt,
zult u al een beduidend gezondere boom hebben staan met
mooi helder groen en veel bloemknoppen er in. De lange
nekken op de kaarsen na de bloei moet u maar voor
lief nemen . Die bloei is waarschijnlijk het gevolg van
de overvloedige bemesting. De lengte van de
naalden zal dit jaar niet veel verschillen van het
vorige jaar. De bemesting mag nog iets worden opgevoerd
in vergelijking met vorig jaar, mits de boom niet ouder
is dan 15 tot 20 jaar. Bij oudere bomen voert u de
bemesting wat langzamer op. Dan bereikt u wel het
maximale dat volgens de gebruiksaanwijzing gegeven mag
worden, maar u haalt ook het maximale uit uw boom. U
zult zien, er verschijnen nu meer knoppen en de kans is
groot dat er zich nu ook op het oude hout
knoppen ontwikkelen. U kunt dan takken terug
snoeien om de looftoefjes compact te houden. Bij deze
ontwikkeling van knoppen op oud hout is het aantal
eindknoppen niet meer zo belangrijk. Die snoeit u nu
toch helemaal weg, maar – let wel - alleen bij
voldoende nieuwe knoppen op het oude hout pas terug
snoeien.
Het 4e
jaar
Het bemestingsschema van het
vorige jaar aanhouden.
Na het uitlopen van de vele
kaarsjes (deze weer kort nijpen) die er zijn ontstaan
na drie jaar intensief bemesten, zult u zien dat de
naalden kleiner zijn dan het jaar er voor en dat u een
te veel aan naalden heeft op uw boom door de vele
knoppen. Om alle knoppen een kans te geven om uit te
lopen zal er nu dus al uitgedund moeten worden, zodat
de binnenin zittende knoppen en de op het oude
hout ontstane knoppen meer licht krijgen. Alleen dan
zullen zich nog meer knoppen op het oude hout
kunnen ontwikkelen voor een steeds voller wordende
parviflora
De jaren hierna gaat u
geleidelijk weer terug naar de normale
bemesting.
Enige opmerkingen en
aandachtspunten
Bij oudere bomen moet de
hoeveelheid mest langzamer worden opgevoerd, want
oudere bomen doen er langer over om hun optimale niveau
te bereiken; soms wel vijf tot zes jaar. Hoedt
u voor overbemesting; leest de
gebruikaanwijzing voor de juiste hoeveelheden. Enige
zorgvuldigheid, fijngevoeligheid en oplettendheid
is geboden. De eerste tekenen van de vooruitgang
van de vitaliteit zijn: de kleur van de naalden(donker
groen), meer eindknoppen en de toename van bloemknoppen
in het 3e en 4e
jaar.
Als het aantal knoppen niet
toeneemt, wees dan voorzichtig met bemesting. De kans
op overbemesting is groot, slap aanvoelende
naalden zijn hier een bewijs
van.
Let op, een wortelkluit kan maar
een bepaalde hoeveelheid loof in stand houden. Verpot
uw boom voor u met deze methode begint en zet hem in
een grotere trainingspot/-schaal. De grond moet een
groot drainerend vermogen hebben, we gaan immers veel
water geven met dit programma. En vergeet u de
mycorrhiza voorziening niet!