Prunus
spinosa, de “Sleedoorn”. Fam. Rosaceae.
Een boom met een verhaal en
….
….. een interessante
geschiedenis.
Het is een heel interessante
bonsai vanwege zijn vroege bloei.
De sleedoorn is in de Benelux een inheemse heester, met een
verspreiding
in Midden-Europa, Zuid-Zweden tot aan de Oeral. Hij komt
ook voor in Noord-Afrika, Noord-Amerika en
Azië.
Naamgeving
De
Latijnse naam betekent 'de pruim die doorns draagt'.
Ook de Nederlandse naam geeft dit aan. 'Slee' is een
oud woord voor pruim. Botanisch gezien hoort de
sleedoorn bij de familie van de pruim,kers,amandel,
abrikoos en vuurdoorn. De sleedoorn is de
wilde voorvader van de pruim en is nauw verwant aan
de Kroosjespruim (Pr.domestica en de Kerspruim Pr.
domestica Cerasifera)Reeds in het Neolithicum
tijdperk(begon in West Europa 6000 – 55000 v.
Chhr.) at de mens de
vruchten van de sleedoorn. In vroeger tijden werd er
al veredeld en geselecteerd. Met name in de tijd van
de Kelten (ca 400 v. Chr.)werd er al aan selectie
gedaan om de sterkste en mooiste struiken met zo
groot mogelijke pruimen te krijgen. Uit
archeologische vondsten is dit gebleken; de pitten van de
pruimen werden steeds groter en dat bewijst dat
de Kelten succes hadden met
hun veredelingswerk.
De sleedoorn wordt ook wel
Zwarte
Doorn genoemd vanwege zijn diep blauwe tot zwarte,
berijpte bessen die graag door lijsters gegeten worden en
zo wordt de struik ook verspreid door hun uitwerpselen waar
de zaadjes inzitten. Vogels bouwen graag hun nesten tussen
de takken van de sleedoorn, want de doornen beschermen hun
jongen tegen vraatzuchtige belagers.
(katten)
Takdoorns

De
Sleedoorn heeft een steenvrucht, bestaande uit een zeer
harde pit (het zaad) en daaromheen het zachte en sappige
vruchtvlees. Dezelfde opbouw hebben ook de vruchten van
pruim,perzik, kers, amandel en abrikoos, die ook tot de
familie van de Rosaceae behoren. De Latijnse soortnaam
'spinosa' geeft al aan dat het om doorns gaat. Het gaat
hier om zogenaamde takdoorns, waarbij de hele twijg in een
scherpe punt eindigt, zoals ook bij de
duindoorn.

De sleedoorn is niet
ideaal dus om aan te werken voor de bonsai liefhebber, maar
heel mooi door zijn bloesem.
Al in de Middeleeuwen(300
na Chr.) werd in West-Europa, de sleedoorn aangetroffen,
vooral aan bosranden,waar hij voor een deel het karakter
van ons landschap bepaalde, namelijk veel bossen en bosjes,
die omgeven waren door de
sleedoornstruwelen.
(Een houtrand met laaggroeiend struikgewas wordt
struweel
genoemd) Deze heester kan 2-6 m. hoog worden. Van deze
zeer vroeg bloeiende heester( van maart tot april) is
een ideale bonsai te
creëren
en met een beetje geluk zijn er vruchten vanaf
augustus. De bestuiving vindt plaats door insecten,
met name door de honingbij. De vruchten zijn
donkerblauw en sterk berijpt, (een fijne waas was
).1-1,5 cm lang en hard. Ze zijn pas lekker nadat de
vorst er over heen geweest is, hij is dan ook de
traagst rijpende – en dus eetbare - van al zijn
familieleden.
Ze
zien er verleidelijk uit,de diepblauwe pruimen van de
sleedoorn,

maar wat
zuur en vooral wrang, dat is de allesoverheersende smaak.
Zo wrang dat alles in je mond samentrekt en ruw en stroef
aanvoelt. Nee, de bes van de sleedoorn is niet bedoeld om
zo uit het vuistje te eten, hoe gezond hij ook mag zijn met
zijn hoge gehalte aan vruchtenzuren, aroma's en vitamine
C.

Vooral de
looistoffen dragen bij aan deze bittere wrangheid en pas na
langdurig koken en het toevoegen van suiker wordt
hij
smakelijk.Maar moeder natuur helpt ons wel een handje, want
als het in de herfst heeft gevroren, smaken de pruimpjes al
aanzienlijk beter. Hoe meer vorst, hoe zachter de
smaak. Het is
dus de kou en niet de zon, die de laatste zet tot rijping
geeft. De sleedoorn neemt dus de tijd om het licht vanaf
het vroege voorjaar tot de late herfst tot zich te nemen om
te volgroeien, te rijpen en het vruchtvlees om te zetten in
gezonde sappen. Geconcentreerde zomerzon zou je kunnen
zeggen. De vruchten kunnen o.a. nog verwerkt worden tot:
vruchtenmoes, jam,vruchtensap,
gin,likeur,
vruchtenwijn en brandewijn. De Engelsen maakten een
dieprode wijnsoort die gebruikt werd om port te
vervalsen. (Lees hier over elders
meer.)
De bloei
Sneeuwwitte
bloesems

Al zeer
vroeg in het voorjaar, als de winter nog niet echt is
weggetrokken, zie je de witte bloesem als eerste
verschijnen ,als sneeuwvlokken op de takken.
De bloemen staan zo dicht
opeen dat ze op trosjes lijken te groeien.
Kroonbladen zijn
5-8 mm lang en wit. Kijk maar om u heen vooral
langs de grote snelwegen en bosranden. In kwakkelige
lentes vallen de sleedoorns niet zo op, omdat bij
aanhoudend vochtig weer de bladeren al tussen de
bloemen verschijnen. Maar in een mooi helder voorjaar
springt de sneeuwwitte bloesem in het oog en verbaas
men zich erover dat er eigenlijk nog zoveel van die
struiken zijn. Als priemende witte zwaarden steken ze
naar alle kanten en geven de lente een maagdelijke
betovering.

Geur van
blauwzuur
Net als een ander familielid
uit de Rosaceae, de appel, zijn de bloemen stralend
wit en steken de meeldraden en stamper ver buiten de
bloem uit. Bloemen
verschijnen meestal iets voor de bladeren met een zachte geur
van bittere amandelen. Wees niet bang voor
deze geur, die afkomstig is van het gevaarlijke
blauwzuur, want het gaat slechts om spoortjes. Ook in
de bast en in de bladeren komt een beetje blauwzuur
voor, maar hoe weinig dat is blijkt wel uit het feit
dat de
gedroogde bladeren gebruikt worden als
pijptabak! Vergelijken we de sleedoorn met
zijn familiegenoot, de kers, dan valt pas op hoe
traag hij zich ontwikkelt in het jaarverloop: de kers
bloeit iets later in het voorjaar dan de sleedoorn,
maar haast zich om vervolgens de vruchten in
mei-juni
te laten rijpen. In de tijd dat de kersen worden
geplukt, kun je bij de sleedoorn maar net de groene
knopjes van de pruimen tussen de bladeren zien
zitten.
Maar dan!, na de
bloei
Sleedoorn,
een lekker hapje voor rupsen:
In mei trekt de
struik opnieuw de aandacht: ze is overdekt met het
spinsel van rupsen.
Die doen
zich te goed aan de nieuwe, sappige
bladeren.
De sleedoornpage heeft maar één generatie per jaar. De
spinselmot (hyponomeuta)vlinder

vliegt van
eind juli tot in oktober. en legt eitjes in de oksels van
takken op de grens van oud en jong hout, waar de eitjes
overwinteren. De eitjes zijn wit en plat en hebben een
geribbeld patroon. In het voorjaar komen de eitjes uit en
vreten de rupsjes de knoppen van binnen uit, later vreten
ze van het blad. Sommige boompjes zijn helemaal
ingesponnen. In deze nesten ontwikkelen zich vele jonge
rupsen, die de planten praktisch kaal kunnen vreten,net als
bij de Amelancier (krentenboompje)en de duindoorn. De
rupsen verpoppen eind juni of begin juli op de grond onder
afgevallen bladeren. Mieren begraven de poppen in
oppervlakkige holletjes. Sleedoorn en sommige gecultiveerde
prunus soorten zijn hun waardplanten.
De sleedoornpage
(Thecla betulae) is een vlinder,

die
tot de familie van de Lycaenidae behoort. De vlinder
komt voor van Spanje tot Korea van west tot oost en
noordwaarts tot Zuid-Scandinavië. Door ontbossing is
de vlinder in sommige gebieden bedreigd.
De rupsen van de pruimenmot
eten juist van de vruchten.
Toepassingen
De sleedoorn werd in de Middeleeuwen veel toegepast als
haag en afscherming van huis en hof, vanwege hun doornen en
dichtheid.
Het taaie hout diende als bouwmateriaal en is keihard,
harder dan welke andere inheemse plant dan ook en is alleen
te bewerken met een draaibank. De bast is bijna zwart bij
wat oudere bomen. Een Ierse traditie is het maken van
wandelstokken van Sleedoorn
takken.

Van de doornen maakte men
zwarte inkt, van de bast een rode kleurstof voor wol en
linnen. Reeds de oude Germanen planten
sleedoorn
aan als haag ter bescherming van hun huis en
vee.
Medicinale toepassingen
De sleedoorn
werd in de Middeleeuwen veel in de geneeskunde toegepast:
een aftreksel van de bloemen gold als een
schoonheidsmiddel, de bladeren leverden een thee voor de
nierfunctie op en wortels en bloemen zouden goed zijn voor
de behandeling van diarree. Volgens de bekende
pastoornatuurgenezer dr. Kneipp zijn sleedoornbloesems het
zachtste laxeermiddel dat er bestaat. Volgens hem moet je
één theelepel bloesems met een kop kokend water overgieten
en een minuut laten trekken. Na het zeven kun je daar per
dag het beste één kop van drinken. Het bevordert niet
alleen de stoelgang, maar reinigt ook de maag. De vruchten
van de sleedoorn werden door de eeuwen heen gebruikt als
aansterkend middel, om de huid te zuiveren en urine af te
drijven.
Bij het opgraven van nederzettingen uit de neolithische
paalbouwtijd vond men sleedoornpitten. Arabieren, Grieken,
Romeinen en de Middeleeuwers gebruikten de bloemen en
bessen van de sleedoorn als geneesmiddel en voedingsstof.
Met behulp van het ingedikte vruchtensap werd buikloop
bestreden. Ook was men overtuigd van de magische krachten
van de sleedoorn. De boeren wisten dat wanneer de sleedoorn
bloeide het tijd was om gerst te zaaien voor een goede
oogst.
Ook vandaag nog maakt men van de sleedoornbessen warme
dranken voor ijzige winteravonden, gelei, marmelade, likeur
en wijn. De likeur is overheerlijk.
Het eten van
de bloesem van drie takken zou beschermen tegen koorts,
jicht en voorjaarsmoeheid.
Tegenwoordig worden sleedoornproducten, in combinatie met
berkenbladeren en Sint-Janskruid, gebruikt tegen
verkoudheid, maag en darmkwalen, problemen van de
ademhalingsorganen en de huid en ze hebben een
laxerende
werking. In de natuurgeneeskunde worden de vruchten en de
bloemen nog steeds gebruikt om hun heilzame werking op
darmstelsel en urinewegen. De bloemblaadjes worden voor
thee gebruikt.
De
sleedoorn speelde in vroeger eeuwen ook een rol bij
bezwerende rituelen; zo werden huizen gereinigd (uitgerookt)
om heksen uit te drijven met de rook van sleedoornloof
en het hout van de jeneverbes.
Betekenis voor dieren
Door de overdadige bloei is er genoeg nectar voor vele
vliegende insecten, wilde bijen, hommels, kevers en
vliegen. De bladeren worden niet alleen gegeten door de
spinselmotten, maar ook andere vlinderrupsen, b.v. die van
de nachtpauwoog. Voor de vogels en muizen zijn de bessen
tijdens de winter een garantie voor overleving. De grauwe
klauwier of Negendoder (vogel) heeft de gewoonte, zijn
prooidieren ( grotere insecten en muizen) op de dorens van
de sleedoorn te spiesen. Een lekker hapje blijft zo in
leven en dus vers tot een hongerig moment later!
De sleedoornpage staat in Nederland en België op de lijst
van bedreigende vlinders. Ze vliegen van juli tot oktober
in één generatie.
De
vrucht bevat veel tannine, tot 20 mg vitamine C per 100
g, provitamine A suikers, organische zuren, mineralen
(Ca, K, Mg) en het glycoside amygdaline. In grote
hoeveelheden is amygdaline schadelijk, want het is
giftig. De hoeveelheid in deze
sleedoornvrucht is echter onschadelijk
voor de mens.
Een sleedoorn in je bloementuin ?
Je kunt de sleedoorn maar beter niet in je tuin planten.
Ondanks de overdaad aan witte bloemen in maart en april is
het daarna een 'ramp'.(niet mooi) De nog frisgroene
blaadjes worden al in mei snel ontdekt door de spinselmot
(Hyponomeuta), die
gangen gaat vreten in het blad. In later stadium verlaten
de rupsen de gangen en vreten de hele boom kaal. Na zich
volgevreten te hebben spinnen ze zich in; er ontstaan
dichte kluwen spinsels waarin
honderden
jonge rupsen worden geboren. Bestrijden van de spinselmot
is een ongelijke strijd. Je kunt ze maar beter hun gang
laten gaan. Als dit hele proces voorbij
is
groeit er in de zomer weer nieuw blad aan. De struik
gaat er dus niet dood door. In de natuur heeft alles
wel zijn
functie. Aan de enorme hoeveelheid rupsen op de
sleedoorn doen de hongerige magen van jonge vogels
zich weer te goed , die in mei uit het ei zijn
gekropen.
Maar ook stippelmotten, kokermotten, bladwespen, de
pruimenblad galmug, de sleedoornpage,… vinden voedsel bij
de sleedoorn. In ruil voor het levensreddende voedsel
zorgen de insecten voor de bestuiving. Dat levert in het
najaar de diepblauwe sleedoornpruimpjes op
voor een heerlijk sleedoorn sapje. Sleedoorn, de oervorm
van onze veredelde pruimenrassen.
Grondsoort:
De Ph mag neutraal tot
alkalisch zijn 6,5 tot 8, maar de sleedoorn heeft een
voorkeur voor kalkrijke grond en een hekel aan natte
voeten. Zorgt u voor
een goed
doorlatend bodem..
De sleedoorn is gevoelig voor zout en
luchtverontreiniging
Vermeerderen
door zaad en wortelopslag.
Het zaad heeft twee à drie maanden kou nodig en kan daarna
het beste in een koude kas gezaaid worden. Het zaad kiemt
zeer langzaam. Het duurt soms wel 18 maanden. Zet de
zaailingen als ze groot genoeg zijn in afzonderlijke
potten. Laat ze de eerste winter in de koude kas
doorbrengen en plant ze in de volle grond in het voorjaar
om diktegroei
te verkrijgen
.
Snoeien
van april tot september
Ziekten
en plagen: De
sleedoorn is weinig gevoelig voor ziekten en plagen
,behalve dan die voor
rupsen.
Zet
hem op een warme zonnige plaats, bloei gegarandeerd.
Verdere verzorging zie ,Malus.
Tot
slot nog een paar recepten voor een heerlijk
drankje.
Van de prachtige diepblauwe bessen zijn heerlijke drankjes
te maken. Ze worden ook gebruikt
om portachtige wijnen meer kleur te geven.
Hedentendage is vooral de sleedoorn- jenever bekend. De
techniek om sterke drank te maken heeft in Europa nog niet
zo'n lange historie. Wel was het maken van wijn uit
vruchten al heel lang bekend.
In Europa was men
pas aan het eind van de middeleeuwen in staat om uit
wijn sterke drank te maken. De introductie van de
destilleertechniek in Europa wordt toegeschreven aan
de Arabieren.
Deze distillaten
hadden een medicinale achtergrond en kregen hun
eerste grote verspreiding tijdens de pestepidemieën
die in de Middeleeuwen Europa teisterden. De oudste
geschreven bron voor het destilleren in de
Nederlanden dateert uit 1352. Een zekere Jan Aalder
beschrijft daarin hoe 'echte brandewijn' gemaakt moet
worden. Sterke drank was eerst een medicijn en
langzamerhand werd het een
genotsmiddel. Sleedoornjenever is dan ook
waarschijnlijk in de 18e eeuw ontstaan.
Daarentegen was de sleedoorn brandewijn al eerder
bekend.
Ingrediënten
1 kg. sleedoorn vruchten uit de vriezer of waar de vorst
overheen is geweest.
1 liter water
1 kg fijne suiker
100 ml brandewijn of cognac
Bereidingswijze
Breng het water aan de kook en giet het over de gewassen
sleepruimen. Laat dit een week inwerken op de vruchten.
Roer wel de sleepruimen dagelijks regelmatig om.
Los de suiker op in
de vloeistof en doe er de brandewijn of een goede
cognac bij. Zet de sleedoornwijn voor een jaar weg in
een vat. Zeef dat sap en giet de sleedoornwijn in
flessen;
laat die nog een jaar liggen voordat u het kan gaan
nuttigen.
De
huidige recepten voor sleedoorn brandewijn
verschillen voor wat betreft de sterke drank die
vroeger gebruikt werd. Dit kan jenever, gin,
cognac,brandewijn, wodka of rum zijn. In Duitsland
werd voor schlehe schnaps een mengsel gebruikt van
gin en sherry. Men ging ook steeds
meer kruiden gebruiken voor de z.g.
gezondheidsdrankjes.
Neem 3 kg. vruchten die de vorst hebben gehad of haal ze
uit de vriezer en 2 á 3 liter jenever, er is geen sprake
van fermentatie (omzetten van suikers in alcohol); het gaat
alleen om de smaakoverdracht. Neem een afsluitbare 5 lt.
fles/kan. Los wat bruine suiker op in de jenever en voeg er
wat fijn gemalen amandelen bij . Was de vruchten, kneus of
doorprik ze met een stopnaald en voeg alles bij elkaar in
de 5 lt. fles/kan. Zet dit op een niet te koele plek,
regelmatig schudden,na ongeveer 3 maanden afzeven in een
zeefdoek of zeer fijne zeef. Deze minstens een jaar laten
staan om op smaak te komen (hoe langer hoe beter).En u bent
verzekerd van een heerlijk drankje.
Van de sleedoornbessen kan ook een
heerlijk
likeurtje gemaakt worden, dat op zijn best is
nadat het 5 tot 7 jaar gerust heeft.
Neem 1 kg gewassen bessen, die je kneust
of met een naald doorprikt tot aan de
pit. Doe
de bessen in een pot en strooi er 250 á 300 gram
suiker over. Overgiet alles met
2 liter neutrale jenever, sluit de pot goed
af. Laat
dit 5 maanden trekken en schudt af en toe, zodat de
suiker kan oplossen. Filter dit na deze 5 maanden
(door een zeefdoek of een zeer fijne zeef) en laat
het dan nog minimaal 1 jaar staan. Maar het lekkerste
is hij na 5 tot 7 jaar. Deze likeur blijft
nog steeds de typische smaak van de sleedoornbessen
behouden.
Variatie: Voeg een paar verbrijzelde
zoete amandelen toe en doe die samen met de bessen in
de pot. Dit is een zeer oud
jagersrecept.
Er zijn verschillende varianten
bekent,o.a. met gin, cognac of
brandewijn.
De verhoudingen zijn ongeveer allemaal
het zelfde, op 1 kg bessen 300 gr. suiker, naar smaak
en 2 lt. sterke drank, bessen kneuzen of doorprikken,
minimaal 3 maanden laten staan en regelmatig
schudden. Je kan ook nog de suiker koken tot een
siroop
Laat dit afkoelen en roer er de brandewijn door. Vul enkele
(wek)flessen met sleedoornvruchten en giet er de gesuikerde
brandewijn over. Laat de drank op een warme plek staan en
schudt het regelmatig. Afzeven en je heb na enkele maanden
een sfeervolle drank.
In een ander recept
worden naast deze ingrediënten ook nog citroen,
anijs, kaneel en kruidnagel gebruikt. In plaats van
suiker kan je honing gebruiken. De alcoholbron is dan
wodka.
Ingrediënten
650 gr. sleepruimen
1 fles rode wijn
1 fles jenever (of wodka)
1 sinaasappel (onbehandeld)
1 kaneelsokje
kruidnagels
200 g witte kandijsuiker (of naar smaak)
Bereidingswijze
Kneus de
vruchten. Was en schil de sinaasappel en snij de schil in
grove stukken. Doe de vruchten met sinaasappelschil,
kandij, kruidnagels, kaneel en sterke drank in een
afsluitbare 1-liter fles. Twee dagen bij
kamertemperatuur laten staan en schud zo nu en dan het
geheel voorzichtig door elkaar. Zet daarna nog ca. 1 week
in de koelkast. Dan alles zeven en giet de likeur in een
fles. Bewaren in de koelkast.
Ingrediënten
0,5 kg sleedoorn vruchten
1 fles wodka 40 procent
1 kaneelpijpje
1 vanillestokje
Bereidingswijze
Doe alle
ingrediënten in een fles en zet de fles op een warme
plaats. Schud regelmatig de fles. Na ongeveer 2
maanden zeven en naar eigen smaak, eventueel, suiker
toevoegen
In een ander recept
worden naast deze ingrediënten ook nog citroen,
anijs, kaneel en kruidnagel gebruikt. In plaats van
de suiker wordt honing gebruikt. De alcoholbron is
wodka.
Als u dan na een te
lange verpotsessie in een te koude schuur bibberend
weer in huis verschijnt, komt u zeker snel
weer op temperatuur als u (een) slok(ken) kunt
nemen van uw zelf gestookte "bonsai-brouwsels"
van die goede, oude sleedoorn. Hielden de Kelten zich
er al niet warm mee? eeuwen terug al! Nou dan, wat
let u? Proost! Wat hebben wij toch een leuke hobby
en..... de waardering voor uw hobby zal bij het
thuisfront - samen nippend - zeker
toenemen.