De geschiedenis
en
soortenrijkdom
van de
azalea-,rododendron familie
Alle azalea’s behoren tot het
omvangrijke geslacht Rododendron van de familie Ericaceae
(waartoe ook de struikhei, dophei, enkianthus, kalmia,
gaultheria, cranberries en bosbessen behoren). Zij worden
wetenschappelijk ook Rododendron genoemd. Het Rododendron
geslacht telt meer dan 1000 soorten. De meeste van deze
planten houden van een zure grond.
Rododendrons vind je in het
wild op het hele noordelijk halfrond, onder andere ook in de
Europese Alpen (de z.g. alpenroos( R. ferrugineum en de R.
luteum die zoet geurend is) en ze hebben zich verspreid tot het
zuidelijk halfrond en ook op de Indonesische eilanden en het
Maleisische schiereiland. En er komt nog een soort voor in
Australië op een berg in het noorden. In Afrika en Zuid Amerika
komen in het wild geen R. voor.
De meeste R. soorten worden
in een gebied gevonden dat zich uitstrekt van Nepal, Bhutan,
Birma en het noorden en oosten van Tibet tot de provincies
Sichuanen en Yunnan in China, in totaal wel 350 tot 400
soorten. Hier stromen machtige rivieren, de Salween,Tsangpo,
Mekong en de Yangtze door diepe ravijnen met daar langs
bergtoppen met een hoogte van wel 5000 meter. Hier is
regenval genoeg voor een rijke bosbegroeiing met als ondergroei
rododendrons vanaf de rivier tot een hoogte van wel 5000 meter.
Er groeien schitterende grootbladige soorten waaronder de R.
sinogrande met bladeren van wel 1 meter lang. Op grotere
hoogte, rond en boven de boomgrens komen nog de struikachtige
vormen voor als de R.campylocarpum en de R. roxieanum. Hoe
dichter bij de top hoe lager/compacter de groei en hoe
kleiner het blad. Er is zelfs een soort, de R. forrestii met
fel rode bloemen die open gaan zo gauw de sneeuw smelt,
wat een schitterend gezicht is op de nog overblijvende
sneeuw.
In de zeventiende en achttiende eeuw werden R. ingevoerd in
Europa vanuit Amerika en werden ze veel gebruikt als
tuinplanten. Rond 1800 waren er 12 soorten bekend waaronder de
R. ponticum. Daarna gingen kwekers/veredelaars met wilde
planten aan het werk om het materiaal te verbeteren. Vooral in
België (in en rondom Gent zitten tot heden ten dagen nog veel
azalea kwekers die veelal kamerazalea’s kweken) werd er veel
aan gedaan om winterharde soorten te kweken, vandaar ook de
naam Gentse azalea’s of “de Harde Gentse”die winterhard zijn.
In Aalsmeer en het Westland zijn ook nog diversen grote
kamerazalea kwekers actief.
50 Jaar later werden tijdens
een expeditie (1850) 45 soorten verzameld en die werden voor
het eerst ook beschreven.
Er
waren rond die tijd diversen z.g. planthunters actief,
waaronder ene Joseph Hooker, en later in begin 1900 Ernest
Wilson, George Forrest ,Joseph Rock en Frank Kingston die
de bergen introkken en allerlei plant- materiaal verzamelden
voor rijke lui, die graag iets bijzonders in hun tuinen wilden
en voor kwekers. Vandaag de dag gebeurt dit nog, al maken veel
landen de export van het verzamelde materiaal moeilijk zo niet
onmogelijk om de eigen flora te beschermen. Veel van deze 45
soorten werden op hun tuinkwaliteit getest en goed bevonden;
met deze soorten is men gaan kruisen en ontstond er een enorme
variatie aan nieuwe cultivars. Vanaf die tijd werden er grote
hoeveelheden aangeplant in tuinen en parken. Geen landhuis was
er in die tijd zonder een perk rododendrons. In die zelfde
periode werden ook de tropische soorten ingevoerd vanwege de
belangstelling voor het kweken in kassen voor de kamercultuur.
Zoals hierboven omschreven vooral rondom Gent in België. De
laatste jaren zijn er in Vietnam veel nieuwe soorten ontdekt
die geschikt zijn voor een zacht klimaat.Er werden door daar
die “hunters” duizenden planten en zaden verzameld van
velerlei soorten, waaronder ook honderden
rododendrons.
Japanse
azalea’s
Wintergroene azalea’s worden meestal Japanse azalea’s genoemd.
Op zich niet zo vreemd, want azalea’s zijn diep met de Japanse
cultuur verweven. De eerste bronnen vinden we in het
gedichtenboek van Mannyoshu uit 759. Het eerste boek over
azalea’s dat in Japan verscheen was Kadan Komoku (1681) met
daarin 317 beschrijvingen van variëteiten/cultivars en 15
soorten. In 1692 verscheen de eerste Monografie, de Kinshi
Makura. Daarin beschreef men 337 verschillende azalea’s, 175
geclassificeerd als Tsustuji en 162 als
Satsuki azalea’s. In Japan onderscheidt men nog steeds
deze twee groepen als basis classificatie.
De Tsustuji azalea’s bloeien vóór of gelijktijdig met het
ontluiken van het nieuwe blad. Satsuki betekent ´vijfde maand´
en refereert aan een oude maankalender die in Japan rond 1870
in gebruik was. Deze vijfde maand correspondeert met onze maand
juni; dus deze groep bloeit een maand later dan de Tsustuji
azalea’s.
Japanse azalea’s kwamen ook
in China, Korea en andere Aziatische landen voor en werden in
cultuur gebracht door toedoen van boeddhistische monniken. Die
zelfde monniken verspreidden ook thee, chrysanten, pioenen (de
z.g. boompioen)en bamboe op deze manier.
Oorspronkelijke
soorten
Drie soorten zijn
vermoedelijk “verantwoordelijk” voor het ontstaan van de
huidige kleinbloemige soorten azalea’s , ook wel het
Kurume-type genoemd.
De Japanse soort,
R.kiussianum Makino komt alleen voor op het
eiland Kyushu inZuid-Japan. De plant is voor het eerst
beschreven door Maximowicz in 1870 als R. indicum var. anumum
f. japonicum van planten verzameld op de berg Unzen in centraal
Kyushu.In 1908 veranderde Makino de naam in R. indicum var.
japonicum om hem in 1914 de status van species te
geven:R. kiusianum.
Ze groeit op een zuiver vulkanische bodem tussen de
dwergdennen, vooral op de berg Nishi-Kirishima, een nog
actieve vulkaan, op een hoogte van 600 – 1700
meter. Ze groeien bolvormig en duidelijk breder dan hoog. Het
is een compacte struik van 60 cm tot 1 meter breed , doch
zelden hoger dan 30 cm. De blaadjes zijn klein : 8 tot 30 mm.
Deze soort is over het algemeen veel blad verliezend in het
najaar, maar goed winterhard. Vóór het vallen van het blad
verkleuren de bladeren naar roodbruin en geel. De bloemen zijn
de kleinste van alle azalea’s. Ze zijn trechtervormig en staan
met twee of drie bloemen bij elkaar; ze zijn 1.8-2.5 cm
lang, hebben 5 meeldraden. De kleuren zijn lila en purper,maar
de bloem heeft vrijwel nooit een keelvlek. De bloemkelk is
bedekt met korte, roodbruine haren. De soort
werd in cultuur gebracht door E.H. Wilson, die in de herfst van
1918 zaden verzamelde op de berg Nishi-Kirishima. Hij stuurde
die zaden naar het Arnold Arboretum (USA) en later naar
Engeland.De soort is erg winterhard en ideaal voor de kleinere
(heide)tuinen.
Een aantal cultivars is in
Nederland verkrijgbaar o.a. de Albiflorum, de
witte vorm,de Komo kulshan, bloemen roze en
wit, de Hinode, bloemen rood en de natuurlijke
variëteit, de alpinum, lager en
compacter dan de overige van de soort, bloemen paars. Enkele
hybriden zijn: Takako, bloemen lilaroze,
Beni zakura, pastelroze, Diamant
Paars en Diamant Roze.De soort die in
Nederland in de handel is, bloeit paars en is een gekloond.
In 1930 werd van uit Japan de compacte winterharde R.
yakushimanum ingevoerd . Deze plant werd de meest gebruikte
kruising bij veel kwekers over de hele wereld Van deze
soort uit ontstonden veel laagblijvende winterharde en compacte
cultivars, met opvallende bloemen in veel kleuren.
R.kaempferi
Planch.
Deze soort komt bijna in heel
Japan voor. Is een schaduw minnende plant en komt veelal voor
op berghellingen tot een hoogte van 700 meter. Deze soort heeft
een nogal een opgaande groeiwijze en kan 1 tot 3 meter hoog
worden Het blad is vrij groot, 3 tot 5 cm en de bloemen hebben
een doorsnee van 5 cm met 5 meeldraden .De kleur is
rood.
R. sataense
Nakai
Deze soort wordt nog
gerangschikt onder de R. kiusianum,omdat de taxonomische status
nog niet vast staat. Ze komt voor op de berg Takakuma op een
hoogte van 600 tot 800 meter. De bloemen zijn purper, rood en
karmijnrood met een rijke bloei aan het uiteinde van de
takken.
Pot/kamerazalea’s
Deze vier soorten staan
vermoedelijk aan de basis van de pot/kamerazalea’s.
Rododendron indicum
Sweet
Deze groeit op
de zuidelijke helft van het eiland Honshu langs rivierbeddingen
en op de eilanden Kyushu, Shikoku en Yakushima. De naam
R.indicum heeft niets te maken met India, maar met het feit dat
de Nederlanders die plant in 1680 via Ned-Indië in
Nederland invoerden. Kenmerkend zijn de
leerachtige en smalle bladeren, de compacte groei, de
karmijnrode bloemen en een zeer late bloei. Op het eiland
Yakushima groeit een rode
R.indicum.
De Obtusum reeks
telt zo’n 40 soorten . Het zijn groenblijvende, maar niet
altijd winterharde heesters. Het zijn de bekende kamerazalea’s.
De belangrijkste zijn:
R.scabrum, R.sataense,
R.obtusum, R.mucronatum, R.kiusianum, R kaempferi,
R,indicum de R.simsii. De R.simsii-hybriden worden door
de kwekers azalea indica-hybriden genoemd.
De R.
scabrum komt in
het wild voor op de Ryukyu-eilanden in de Stille Oceaan.Deze
soort geeft de grootste bloemen van alle azalea’s. De bladeren
zijn zeer lang en behaard. De kleur gaat van purper over
karmijnrood tot rood. In Japan werd deze soort al in 1750
beschreven en werden er kruisingen mee
gedaan.
R.
simsii komt in het
wild voor in China op berghellingen tussen de 1000 en 2600
meter hoogte. In 1578 werd deze soort al uitgebreid besproken
in de Chinese literatuur. In Thailand komt R.simsii ook
voor.
Diverse kenmerken
zijn:bloem oranjerood gekleurd met een doorsnee van ruim
9 cm,10 meeldraden, groene kelk en heel vroeg bloeiend; de
plant heeft een opgaande groei.
Op de berghellingen van
Cangshan en Yunnan komen veel dwerg rododendrons voor, de
R.cephalanthumen en de R. fastigiatum.
De
Hybriden
De hierboven besproken
soorten vormen drie groepen hybriden: de Hirado, de
Satsuki en de Indica of pot/kamerazalea’s. Bij de
pot/kamerazalea’s had R.simsii de grootste invloed en bij de
Satsuki,s de R.indicum.
Voor onze bonsai hobby zijn
er eigenlijk twee belangrijk : de winterharde en de
Satsuki’s.
Sportvorming
Een tweede
aspect dat azalea’s bijzonder maakt, is de sportvorming. Bij
vegetatief vermeerderde gewassen, en in het bijzonder bij
azalea’s kan in een willekeurige cel plotseling een variatie
optreden. Zo kan bijvoorbeeld het vermogen om de karmijnrode
kleur te vormen verloren gaan. We noemen dat sportvorming. Door
sportvorming kunnen ook allerlei andere kenmerken veranderen
,zoals bloemkleur, bloemvorm, groeikracht, bladvorm,
groeiwijze en vorstgevoeligheid. Voor de kwekers zijn alleen de
bloemkleurvariaties van economisch belang en dat alleen als de
teelteigenschappen van de moederplant behouden blijven
.Dit laatste is meestal het geval. Bij zo’n bloemkleur
verandering heeft men immers onmiddellijk een nieuwigheid , ook
als de plant ,wat teelteigenschappen betreft,dezelfde
eigenschappen als de moederplant bezit. Een cultivar kan een
hele reeks sporten ontwikkelen. Meer dan de helft van het
sortiment bestaat uit sporten. Het ontwikkelen ven een
sportenreeks verloopt steeds volgens het zelfde patroon. De
bloem krijgt een bleke rand en de tinten worden steeds lichter.
Tenslotte is het een witte bloem. Aangezien het patroon grote
analogieën vertoont, zullen we karmijnrood met een witte rand
in veel sportenreeksen terug zien.

Indeling
Japanse azalea’s zijn
geheel of half wintergroene struiken. De plant is meestal
breder dan hoog. De bladeren zijn meestal klein, breed eirond,
vaak bruinrood getint. De bloemen staan in trosjes bijeen en
zijn trechtervormig en in vele kleuren, behalve geel, bij de
Rododendron komt wel geel voor. De bloeitijd
is van eind april tot begin juni. Men kan ze in de volgende
groepen verdelen. Dit is echter geen wetenschappelijke
benadering, maar een indeling die het voor producent en
consument overzichtelijk moet maken.
1 Rododendron
indicum(L)Sweet 2 Rododendron kiusianum
en hybriden
3 Kurume
azalea
4 Grootbloemige Japanse
azalea
5 Rododendron
nakaharai
6 Satsuki
azalea
7 Overige
azalea’s
2 Kurume
Azalea
In de 19e eeuw is in Japan
een groot aantal cultivars gekweekt door het kruisen van
Rododendron kiusianum met Rododendron kaempferi. Deze staan
bekend als de Kurume azalea’s, naar de Japanse plaats Kurume op
het eiland Kyushu, waar veel kruisingswerk is verricht. Ook
vond er een natuurlijke hybridisatie plaats van R.kaempferi x
R. kiusianum op het eiland Kyushu op een hoogte van 700
tot 1000 meter; er ontstonden op lager gelegen
groeiplaatsen dan ook diverse kruisingen van beide
species.
Wilson ging in 1918 naar de plaats van oorsprong (nl.
Kurume)van de Japanse azalea’s op het eiland Kyushu.Op het
bedrijf van K. Akashi zocht Wilson 50 cultivars uit en van elk
twee exemplaren (van de 250) en die werden naar het
Arnold Arboretum gebracht op 24 april 1919. Deze werden
later beroemd onder de naam “Wilson’s fifties” . Na 1920
werd vrijwel het hele assortiment van Wilson door van Nes en
Zonen uit Amerika in Nederland ingevoerd. Op deze mannier en
langs het filiaal van de Yokohama Nursery in Londen werd de
Japanse azalea in Europa bekend.
Van de oorspronkelijke
“Wilson’s fifties” is Kirin de
belangrijkste

Dit is 1 van de” Wilson’s
fifties”.
Halverwege de twintigste eeuw werden talrijke hybriden gekweekt
op Glen Dale, Maryland, door het Plant Introduction
Station.Deze azalea’s zijn klein bladig en klein
bloemig en worden tot 1 m
hoog.
Rododendron
kaempferi is
inheems op Hokkaido, Honshu, Shikoku, Kyushu en naar het zuiden
tot op Yakushima in open bossen en struikvegetaties en op
zonnige, grazige hellingen tot 1200 m. Het is een van de
hardste (dus zeer wintervast), groenblijvende soorten,( of in
koudere streken half groen blijvende) tot 3 m hoog opgaande
struiken. In de noordelijke gebieden, zone 5, zijn ze blad
verliezend Er staan twee of drie bloemen bij elkaar, deze
zijn 4,4 – 6,4 cm lang. De bloemkleur varieert van zalmrood,
rozerood, roze tot wit.
Rhododendron kaempferi
werd
geïntroduceerd door professor Sargent die in de herfst van 1892
zaden naar het Arnold Arboretum, en twee jaar later naar Kew
Gardens stuurde. De plant is vernoemd naar Engelbert Kaempfer,
een Nederlandse koopman die veel Japanse planten rond 1690
heeft geïntroduceerd.
Thans zijn er meer dan 100 hybriden van deze soort in de
handel, o.a.:
‘Asa gasumi´, purperroze, hose-in-hose.( Zie
verderop bij bloemvormen)
‘Hino Crimson´, compact groeiend, breder dan
hoog; bloemen karmijnrood. Bladeren in de herfst en winter
rood.
‘Kure-no-yuki´, wijd vertakt, tot 1 m hoog;
wit, hose-in-hose.
‘Edna Bee´ met karmijnroze, bloemen dubbel
gevuld, zeer winterhard.
‘Hinomayo´, een warrige struik, tot 1.5 m
hoog; enkele bloem, roze. Dit is een van de beste en rijkst
bloeiende variëteiten van alle Japanse
azalea’s.
3.Grootbloemige Japanse
azalea
Deze groep bevat vele hybriden waarvan het ouderschap of
onbekend is of die zo vaak zijn doorgekruist dat ze niet meer
in een duidelijke groep passen.
De meeste zijn sterk groeiend en vaak veel blad verliezend.
De Boskoopse kweker Aart Vuyk van de voormalige firma Vuyk van
Nes heeft vanaf 1921 veel azalea’s gekruist met het doel om
beter winterharde, groenblijvende azalea’s met grotere bloemen
te verkrijgen. Voor die grotere bloemen werden “Mollis”
hybriden gebruikt.
Uit deze kruisingen is een groep “componisten” ontstaan
zoals:
”Johann Sebastian Bach” (paarsroze),
“Joseph Haydn”(lila),
“Mozart” (lichtroze),
“Schubert” (roze) maar ook “Vuyk´s
Scarlet” (dieprood, zeer grootbloemig) en “
Vuyk´s Rosyred” (roze met iets donkerder gekleurd
honingmerk), allen met een enkele bloem.
Van de ´componisten´ is: “Beethoven” wel de
beste gebleken. De bloemkleur is mauve-lila. Een zeer
rijkbloeiende R. met grote, helder tot diep oranje getinte
bloemen is: “Ageeth”. De bloemen verkleuren
niet of nauwelijks in de zon. Ook de bekende witte
“Palestrina” behoort tot deze groep.
4. Rododendron nakaharai
Deze groep planten heeft een bijna kruipende habitus en bestaat
alleen in de kleuren rood, roze of oranje.
Rododendron nakaharai is een endemische soort in Noord Taiwan
in graslanden op een hoogte van 700 tot 2300 m. Het zijn
platgroeiende struiken van 10 - 50 cm hoog, zelden hoger. De
bloemen staan in een of drie eindstandige clusters en zijn
trechtervormig tot 2 cm lang en oranjerood of rood van kleur.
Deze soort werd in 1941 geïntroduceerd door D. Hiranuma, die
zaden naar de Royal Botanical Garden in Edinburgh stuurde. De
plant is vernoemd naar de Japanse plantenverzamelaar G.
Nakahara.
Enkele bekende cultivars zijn: “Alexander”
(rood), “Deep Orange” (oranje), “Pink
Pancake” (roze) en “Wombat”
(paarsrood). De opvallende habitus van deze planten kan een
goede aanwinst zijn voor onze rots en heidetuin. Ze kunnen
zelfs gebruikt worden voor ´hanging baskets´. De winterhardheid
is goed.
5. Satsuki azalea’s
In Japan zijn de Satsuki azalea’s het meest populair vanwege
hun grote verscheidenheid in bloemvorm en bloemkleur met
meerdere kleuren op een plant. Het aantal variëteiten groeide
in de periode van eind 1600 al zo hard dat een kweker uit Tokyo
genaamd Ito Ihei besloot een boek te gaan schrijven om de
kwekers te helpen de nieuw gekweekte Azalea variëteiten te
identificeren. Ito was overal bekend als een kenner van
Azalea´s en werd altijd genoemd bij zijn bijnaam;
´´Kirishima-san´´ of Mr. Kirishima (Kirishima was de naam van
een van de populairste Azalea´s in die tijd). Het 1e
deel (van de 5) werd in 1692 gepubliceerd het was wereld´s
1e belangrijke Horticulturele boek toegewijd aan
enkele planten, met overvloedige
´´houtblok´´illustraties,

Beschreven werden 337
Azalea,s van welke 162 Satsuki´s .(Tegenwoordig zijn er al meer
dan 1100 Satsuki´s beschreven en geregistreerd in een mooie
kleurrijke catalogus.) Ito´s boek maakte de cruciale indeling
van Jap. Azalea´s in twee groepen, de Tsutsuji en de
Satsuki. De Tsutsiji met al de voorjaar bloeiende
Azalea´s en waren de eenvoudige tuin planten en de Satsuki
hybride´s welke bloeide begin juni en groeide in
containers/schalen en konden worden tentoongesteld in hun bloei
periode. Deze hybriden stammen hoofdzakelijk af van
Rododendron indicum en/of
Rododendron tamure. Vooral de hybriden van
Rododendron indicum worden in Japan veel gebruikt voor
heggen en de traditionele Japanse vormsnoei, waaronder
bonsai.
Ze zijn grootbloemig en de winterhardheid is over het algemeen
minder dan die van de Tatsuki azalea’s; de meeste voldoen in
ons klimaat redelijk tot goed, mits ze op de juiste grond en
een beschut plekje worden geplant.
Rododendron indicum is inheems in het zuiden van Japan op
Honshu en Shikoku, Kyushu en Yakushima tot op een hoogte van
2000 m. Het is een dicht vertakte struik tot 1.80 m hoog. De
bloemkleur varieert van roze, purper- tot helderrood tot zelfs
wit. De bladeren zijn groter dan die van Rododendron tamure en
verkleuren naar rood in de winter.

De Nederlanders brachten in
1680 deze plant via Batavia en Java naar Nederland. De
Hollanders waren immers de enige die eeuwen lang betrekkingen
hadden met Japan. In 1833 was er een herintroductie van
deze soort in Engeland en kwamen er meer kleurvarianten vanuit
China. Met deze R. indicum wordt niet de Indische of kamer
azalea bedoeld; die behoort tot de soort Rododendron simsii.
Deze plant werd in 1821 door J. Sims beschreven als Azalea
indica en komt voor in de warmere streken van Centraal China,
Oost Taiwan, Thailand en Birma. Vandaar dat die bij ons alleen
voor de kamercultuur gekweekt is.
Rododendron tamure is zeldzaam in de natuur en zelden in
cultuur. Ze komt voor van zuidelijk Kyushu, Yakushima tot de
Tokara eilanden en groeit van zeeniveau tot op rotsige
berghellingen. Rododendron indicum is meer een bergplant en die
vinden we op grotere hoogte. Op het eiland Yakushima overlappen
de soorten elkaar en zijn er natuurlijke hybriden ontstaan.
Omdat deze soort minder winterhard is, is zij minder van belang
voor onze tuinen.
Enkele goed bruikbare Satsuki hybriden zijn:
“Choraku”, lila paars gestreept,
Tousen´, zalmroze en “Vida
Brown”, roze. De laatste is een van de laatst
bloeiende binnen het assortiment.

Asuka kruising van Gekkeikan x Shunsui.
Kleur: Wit met een purperen mix,
6.Overige
azalea’s
Dit is een kleine groep van wilde soorten en selecties daaruit.
Het zijn echte liefhebbersplanten die meer aandacht en
verzorging vragen dan de andere hybriden.
In 1846 werd Rododendron linearifolium geïntroduceerd als
soort, maar later bleek dat het hier om een tuinvorm ging,
hoewel de soort - Rododendron- al genoemd werd in de Kinsu
Makura uit 1692. Het is namelijk een Japanse soort. Deze
Rododendron macrosepalum
“Linearifolium”, ook wel de Spin azalea genoemd, is
een zeer bijzonder uitziende rododendron. De bladeren zijn lang
en smal, van 2.5 tot wel 6 cm lang en erg behaard. Voordat de
plant de bladeren afstoot verkleuren deze naar geel.
Uitzonderlijk zijn zeker de bloembladen die zeer diep gespleten
zijn zodat de bloem op een spin lijkt. De plant verlangt bij
ons een beschutte standplaats.

Eveneens een polypetale vorm is
Rhododendron “Polypetalum”, waarschijnlijk een
cultivar van Rododendron indicum; zij heeft vijf of meer
lijnvormige, roze petalen. Ook een plantje dat in geen enkele
liefhebbers tuin mag ontbreken!
Rododendron serpyllifolium, ook wel de Wilde
Tijmazalea genoemd, is een kleine, dichte struik tot 0.50 cm.
hoog. Het natuurlijk verspreidingsgebied is Honshu, Shikoku en
Kyushu waar zij groeit op goed gedraineerde vulkanische grond.
De bladeren zijn klein, 0.5-2 cm lang; de roze bloemen zijn tot
2 cm lang.
Van
Japanse azalea's zijn er inmiddels ook al enkele duizenden en
er komen jaarlijks nog nieuwe bij. Ze zijn kleinbladig, van 1
tot hooguit 5 cm en verliezen in de herfst\winter de
meeste blaadjes die in het voorjaar gevormd zijn. De blaadjes
die in de zomer gevormd zijn blijven bij niet al te strenge
vorst aan de plant. Hoe strenger het vriest, des te meer
blaadjes afvallen. Hoe zachter het weer bij ons, hoe meer
blaadjes er aan blijven. Sommige hybriden krijgen in de
herfst\winter fraai brons - tot mahoniebruinrood blad, dat erg
mooi is als er iets sneeuw ligt!! Sommige soorten
hebben fraaie glanzende,
donkergroene blaadjes, zoals “Haru no Sono” een
Satsuki azalea die in Japan speciaal is gekruist
om bloemen met variabele kleuren te krijgen. "Satsuki" (enkel- en meervoud) betekent
"vijfde maan" en het Japanse woord voor azalea is:
"Tsutsuji". Een groep laatbloeiende hybriden verwijst
naar de bloeiperiode volgens de Chinese maandkalender.
Een hybride is een samengestelde soort, en gewoonlijk
dragen Satsuki de Latijnse naam "Rododendron
indicum.
R. canadensis.
R
R
Het geslacht Azalea
werd opgeheven in 1891; het eerste voorstel daartoe werd al in
1845 gedaan. Azalea en Rododendron is dus hetzelfde
geslacht.
De
azalea wordt voornamelijk als bonsai gehouden om de boom in
bloei tentoon te stellen. Stilering is mogelijk in alle
stijlen, behalve de bezemstijl, en in alle formaten mits
passend bij de grootte van de bladeren en de
bloemen.
Helaas zijn er (nog) geen gele of echt oranje
bloemen. Daar wordt aan gewerkt…
Bloemvormen
azalea
Normale
bloem: bestaat
uit een enkele bloem met vijf kelk- en kroonbladen en
vijf
meeldraden.
Gevulde bloem:
ontstaat als gevolg van een
vergroeiing van meeldraden tot kroonbladen
(petaloidie).
Hier foto 9
Stervormige
bloem: als de
dubbele kroon over een hoek van ongeveer 30 graden
gedraaid
is.
Dit bloemtype is bij veel
cultivars als sport ontstaan, maar is vrijwel geheel uit de
kweekcultuur verdwenen, omdat het publiek er niet veel
belangstelling voor heeft.
 
Half gevulde bloem: ontstaat als de vergroeiing slechts voorkomt
bij
enkele
meeldraden.

Hose-in-hose: ontstaat indien de, gewoonlijk groene,
onopvallende kelk sterk vergroot is en de kleur van de kroon
aanneemt. Deze is ook 30 graden gedraaid ten opzichte van de
kroon. Er zijn ook gevulde, stervormige en halfgevulde bloemen
met hose-in-hose kelk. In Europa worden deze nauwelijks
gekweekt.

Er zijn wel enkele hele
mooie Satsuki bekend met dubbele bloemen.


|