Verpotten van
Satsuki
Azalea
Verpotten
Satsuki Azalea’s verschillen heel erg van coniferen en
grootbladige bomen en struiken in verpottechnieken. Satsuki
azalea’s hebben andere soorten potgrond nodig, moeten
verpot worden in een driejarig schema, eisen een speciale
behandeling van de bovenste laag van de wortels en hebben
een dikke laag compost (halfverrot strooisel) of een goede
azaleapotgrond nodig om de oppervlakte wortels te
beschermen.
Verder, vormen de Satsuki’s een bijzondere groep
azalea’s door hun scheuten in de vroege lente, voordat de
bloemen later in de lente verschijnen. Daarom moeten ze
verpot worden voordat de knoppen beginnen te rijpen, maar
pas nadat het gevaar geweken is dat er nog grondvorst kan
komen.
Nieuwe wortels worden gevormd en worden langer, voordat
de knoppen rijpen en de nieuwe scheuten verschijnen. Het
toekennen van menselijke eigenschappen aan planten zorgt
ervoor dat sommige hobbyisten geloven dat vroegtijdig
wortelen gestimuleerd wordt door de nieuwe scheuten te
laten uitgroeien. Synchronisatie van deze twee
fysiologische processen (bijna totale correlatie) bewijst
echter niet dat start van de ontwikkeling van de scheuten
ook die van de wortels in gang zet.
De temperatuur van de potgrond heeft de meeste invloed
op de wortelgroei . Wortels groeien bij aanzienlijk
lagere temperaturen dan de scheuten.
De kracht van de wortelproductie hangt niet alleen af
van de temperatuur van de grond, maar ook van de
voedselreserves die gedurende het vorige groeiseizoen in de
wortels zijn achtergelaten. Vroege bemesting in het
seizoen bevordert de ontwikkeling van de
wortelgroei niet.
Satsuki azalea’s hebben een uniek fijne wortelstelsel,
bijna haarwortels. Deze voedingswortels hebben een
rudimentair vaatstelsel (houtweefsel en
vaatbundels) omgeven door een oppervlakte laagje van
epitheelcellen. Er zit weinig of geen vlezige schors tussen
het vaatstelsel gebied en de deklaag van
epitheelcellen.
Omdat het lijkt op een dichte mat van ultrafijn haar,
hebben deze wortels een lichte, goed luchtdoorlatende grond
nodig, die vocht snel doorlaat. Dit is beter dan zwaar en
compact. Dus de grondsoorten voor Satsuki azalea’s
verschillen nogal van de grond die gebruikt wordt voor
coniferen en grootbladige bomen en struiken.
Waar de meeste bomen en struiken diep wortelen, hebben
de azalea’s die oppervlakkig wortelen, een laag compost
nodig op de oppervlakte van hun wortelmassa om uitdroging
te voorkomen. Alhoewel compost eigenlijk geen groeimiddel
waar de wortels in doordringen, is het wel essentieel voor
het welzijn van de wortelmassa.
Grondsoorten
Componenten voor groeimiddelen voor Satsuki azalea’s
zijn in volgorde van voorkeur: Kanuma teelaarde en akadama
teelaarde, beide geïmporteerd uit Japan en nogal duur. De
roodbruine vulkanische puimsteen kan gebruikt worden om
drainage te bevorderen. Om aan de hoge kosten van Japanse
producten te ontkomen, zijn er veel kwekers die lokale
producten gebruiken.
Kanuma teelaarde wordt geïmporteerd
vanuit Japan in kleine en grote hoeveelheden. Het is
vulkanische klei die op natuurlijke wijze veranderd
is doordat de meeste chemische elementen er door heet
gemineraliseerd water uit weggesijpeld zijn. Wat overblijft
is een mix van kiezelaarde en klei. Het wordt meer dan 50
minuten gebakken in speciale ovens boven de 300 graden
Celsius. Daardoor worden alle bacteriën gedood. Kanuma is
crème van kleur als het droog is en wordt geelachtig als
het nat is. Het neemt vocht op en laat vocht goed door. Het
geeft een vochtige, niet natte omgeving voor
wortelontwikkeling. Het drijft langer in water dan
puimsteen. Het heeft een lage zure pH-waarde.
Akadama teelaarde wordt geïmporteerd
vanuit Japan in kleine, medium en grote hoeveelheden. Dit
is de populairste vulkanische klei voor bonsais in Japan.
Net als Kanuma wordt het op grootte gebracht en gebakken
boven de 300 graden. Het houdt vocht vast, breekt niet
snel, laat vocht goed door en houdt lucht vast. Het
geelbruin gekleurd als het droog is en wordt bruinachtig
als het nat is. Het drijft niet in water. Het heeft een
licht zure pH waarde
Hyuga is geelbruin vulkanische
puimsteen dat vanuit Japan geïmporteerd wordt in vier
verschillende hoeveelheden van extra klein tot groot.
Omdat het puimsteen, is het materiaal geperforeerd met
ontelbare minuscule gaatjes. Water en opgeloste
voedingsstoffen worden in deze gaatjes opgeslagen. Ook deze
stof is gesteriliseerd door verhitting boven 300 graden.
Het drijft in water en breekt sneller/makkelijker dan
grijze of rode puimsteen, maar niet zo snel als akadama
of Kanuma. De kleur veranderd niet veel als het nat
is. Het heeft een licht zure pH waarde.
Lokale materialen kunnen als vervanging
dienen voor deze Japanse producten, met goed resultaat.
Niet-organische materialen die vaak gebruikt worden zijn:
grof scherp zand, lavakorrels, “kippen/kuikengrind”, fijn
gemaakt graniet, split of puimsteen.
Lokaal puimsteen werkt net zo goed als het dure
Japanse hyuga. De witte of grijze kleur van dit materiaal
maakt niet uit, omdat ze niet in het oog vallen. Aan de
oppervlakte ligt immers compost of azaleagrond, zeker
gedurende bijvoorbeeld een show.
Organisch materiaal dat vaak gebruikt wordt is
bijvoorbeeld: dennenschors, ceder- of redwoodschors of
gehakt sphagnum mos. Een klein nadeel van dennenschors is,
dat er wordt gezegd dat het zout vast houdt.
Dat verdragen azalea’s niet goed.
Turf wordt door de meeste commerciële kwekers het meest
gekozen voor de kweekbedden. Zij kweken de planten slechts
voor een paar jaar voordat ze die verkopen. Zodra de
planten in een tuin worden geplaatst, groeien de wortels
snel de turf uit en dringen door in de aarde.
Als het de bedoeling is dat de planten voor bonsai worden
gebruikt, moet de turf verwijderd worden. De turf houdt
namelijk te veel vocht vast en veranderd als het oud wordt
in zwarte, kleffe smurrie. Spoelen met water onder
hoge druk met een niet te felle straal is een veilige
manier om slechte turf te verwijderen . Door de wortelkluit
in een emmer te plaatsen gedurende het sproeien onder hoge
druk wordt het spetteren sterk verminderd.
Door de hoge kosten van Kanuma en akadama teelaarde uit
Japan gebruiken kwekers van bonsai voor de bomen een
grove, lichte mix. Voorbeelden van succesvolle mengsels
zijn:
dennenschors + fijn gehakte korrelige turf + anorganisch
materiaal zoals grof, scherp zand of lava. In de verhouding
1:1:3, dus 60% anorganisch materiaal.
Dennen schors + korrelige turf + klein gemaakt graniet
(split) of “kuikengrind” + rode lavakorrels + puimsteen, in
de verhouding 1:1:1:1:1.
Cederschors compost + Kanuma (“nieuw” of
gereinigd) + leisteen + lavakorrels(klein) in de
verhouding 1:1:1:1
Boven genoemde materialen zoals : Vulkanische puimsteen
,leisteen en graniet ,(zijn hier moeilijk te verkrijgen)
,maar heel goed te vervangen door : Japans spit en gezeefde
Kiryu (vulkanische steen soort) in verschillende
maten. En naast spagnum mos is cocopeat ook heel goed te
gebruiken ,bevorderd zelfs de wortelvorming .
Stappen bij het verpotten
Het plaatsen van een Satsuki azalea in dezelfde of een
andere pot gaat op een iets andere manier dan bij coniferen
of grootbladige bonsais.
Stap 1
Verzamel de benodigde gereedschappen, zoals hieronder
getoond wordt. Van links naar rechts, koperdraad van de
juiste dikte om de bomen in verschillende maten potten vast
te zetten, gaas om compost op zijn plek te houden,
draadknippers, wortelhaken, scharen voor wortelsnoei en ga
zo maar door. Zie foto.
Stap 2
Verzamel de getoonde middelen die gebruikt moeten worden
in uw grondmengsel. Van links naar rechts: puimsteen, fijne
schors, grove sphagnum of cocopeat, gevolgd door kanuma in
drie groottes.
Stap 3
Plaats de boom die u wilt verpotten op de werkbank.
Verwijder labels en eventueel beschermgaas en leg dat
opzij.
Stap 4
Knip de bevestigingsdraden aan de onderkant van de pot
los.
Stap 5
Gebruik een wortelhaak of verpotmes om de randen van de
wortelpartij los te maken van de pot.
Stap 6
Draai de wortelpartij schuin omhoog en til die uit de
pot.
Stap 7
Schrob de pot schoon, als hij hergebruikt moet worden.
Onmiddellijk hergebruik van potten/schalen over een periode
van meer dan 10 jaar heeft geen nadelige effecten
laten zien. Als je bang bent voor stoffen die de wortels
kunnen beschadigen, was de pot dan en laat hem kort weken
in een oplossing van een 10% verdund huisbleekmiddel.
Japanse Satsuki meesters raden aan de gebruikte pot een
jaar te laten staan. Slechts weinig hobbyisten hebben
genoeg potten om dit te kunnen doen.
Stap 8
Leg nieuwe bevestigingsdraden in de pot die u gaat
gebruiken.
Stap 9
Gebruik een tang om de oude bevestigingsdraden uit de
wortelmassa van de boom te halen.
Stap 10
Door een puntige worteltang te gebruiken, knipt u de
buitenste en onderste randen van de wortelmassa weg tot ½
of 1/3. De hoeveelheid die verdwijnt moet zo groot zijn dat
laterale wortels gedurende het eerste groeiseizoen de rand
van de pot kunnen bereiken. Ze moeten naar beneden groeien
tijdens het tweede groeiseizoen en langs de onderkant van
de pot gedurende het derde seizoen.
Stap 11
Knip dode wortels weg (donkerbruin/zwart). Indien nodig,
maak dan een uitholling in de wortelmassa midden onder de
stam van de boom om ervoor te zorgen dat de belangrijkste
wortels van de boom niet kunnen gaan rotten.
Stap 12
Met een scherpe schaar geeft u de wortelmassa een goede
knipbeurt door uitstekende wortels te verwijderen. Deze
wortels zouden ombuigen en toch doodgaan als de wortelmassa
op de nieuwe potgrond wordt geplaatst.
Stap 13
Gebruikt stokjes of een wortelhark om de toplaag van de
wortelmassa wat losser te maken. Let er op dat u de wortels
aan de oppervlakte heel laat. Gebruikt draden die u in een
u-vorm gebogen heeft om wortels in de goede richting te
laten groeien.
Stap 14
Als het werk aan het worteloppervlak erg lang duurt in
een droge omgeving, gebruikt u dan een natte
badhanddoek om als vochtige omgeving te dienen voor de
blootliggende wortels.
Stap 15
Voorbeeld van een wortelmassa die klaar is voor de
volgende stap.
Stap 16
Plaats een drainagelaag van grotere steentjes op de
bodem van de pot. Op dit plaatje is gerecyclede, goed
gezeefde, grove Kanuma gebruikt.
Stap 17
Voeg grondmengsel toe aan de pot. In dit geval ¼ - ½
Kanuma). Creëer een bultje in het midden waar die
uitholling van de wortelmassa in gedrukt wordt. (Uit stap
11)
Stap 18
Plaats de wortelkluit terug en wel zo dat de uitholling
in de wortelmassa
precies onder de stam in het “heuveltje” grondmengsel
geduwd wordt.
Stap 19
Gebruik een draaiende beweging om de wortelmassa aan te
drukken op het grondmengsel en zodanig dat de uitholling
aan de onderkant gevuld wordt met de korrels.
Stap 20
Gebruik een centreer instrument om de juiste stand van
de boom in de pot te bepalen.
Stap 21
Trekt u met een Jin tang de eerste
bevestigingsdraad strak. Doe hetzelfde met de tweede en
draai de beide draden stevig vast.
Stap 22
Als u de draden in een hoek moet bevestigen, draait u
dan een stokje voorzichtig in de wortelkluit en leidt de
draden daar omheen. Zo voorkomt u dat de draad bij het
aandraaien over de wortel gaat schuiven. Die de bast zou
kunnen beschadigen.
Stap 23
Trekt u de draden goed aansluitend om het stokje.
Stap 24
Gebruik een draadtang om de top van het draaipuntstokje
af te knippen.
Stap 25
Bedek blootliggende wortels met grondmengsel en stop het
tussen de wortels om vooral de lucht weg te drukken. Als u
Kanuma gebruikt dat snel breekt, draait u dan niet met het
stokje, maar wiebelt het zachtjes heen en weer.
Tegelijkertijd gebruik u de vingers van uw andere hand om
de Kanuma naar beneden te drukken. Laat geen holtes
ontstaan.
Stap 26
Nadat u een fijnere toplaag hebt verspreidt (in dit
geval 1/8 – ¼) verspreidt dan compost of azaleagrond om de
fijne wortels te beschermen die zich later zullen
ontwikkelen in een soort laag die de bovenste wortels tegen
uitdrogen beschermt.
Stap 27
Om bovenlaag op de plaats te houden en het te beschermen
tegen woelen van beesten (vogels), bedekt u het met
een stukje kippengaas dat je vastmaakt aan/in de pot met
hele fijne “draadnagels”.
Stap 28
Als laatste geeft u water het overvloedig uit de
drainage gaten van de pot loopt. Dat betekent dat alle
kleine deeltjes uit de wortelmassa zijn mee gespoeld.
Markeer de voorkant van de boom en het jaar van verpotten
met gekleurde stokjes; u kunt met b.v. rood, blauw en geel
aangeven in welk jaar van de driejarige verpotcycles de
boom zich bevindt door een klein deel van een
gekleurd stokje boven de pot uit te laten steken. Daardoor
kunt u vlug zien wanneer een boom is verpot of verpot moet
worden binnen die driejaarlijkse cyclus.
Zorg na het verpotten dat je nieuwe
planten zoveel water geeft zodat de potgrond vochtig
blijft. Het besproeien van de bladeren zorgt voor de
vochtbalans van de boom tot nieuwe wortels worden gevormd.
Te veel water geven kan leiden tot wortelrot. Te weinig
water is beter dan te veel. Te natte omstandigheden zorgen
voor wortelrot. Het is beter dat een boom laat zien dat hij
dorst heeft, dan dat hij te natte wortels heeft.
Met enig geduld ,juiste behandeling en bemesting kunt u
ook dit resultaat behalen