Stewartia: het hele
seizoen door een mooie boom.
Familie:
Theaceae.
Ze
zijn afkomstig uit China, Korea en Japan. Fossielen die
o.m. in Frankrijk zijn gevonden, wijzen erop dat de
Stewartia voor de laatste IJstijd ook
op grote schaal in Europa voorkwam – net zoals trouwens
Magnolia en Ginkgo biloba
(deze is nog ouder).
De Stewartia is nauw verwant aan de
Camellia en de
Franklinia, wat duidelijk te herkennen
is aan de vorm van de bloemen en het blad. Hij wordt
trouwens ook wel eens schijn- of boomcamellia genoemd.
De Stewartia is ondanks zijn
sierwaarde weinig bekend in ons bonsai wereldje,
in Japan echter wel. Kleine boom of grote struik,
in juni en juli bloeit hij met prachtige
camellia-achtige witte bloemen, vandaar ook de naam
pseudocamellia. In het najaar vertonen zij een
schitterende herfstkleur.
De gladde
fluweel zachte bast met een schitterende roestbruine
tot koperkleurige, afbladderende schors, die veel
sierwaarde heeft.
S.
pseudocamellia
Schors
van div. Stewartia bomen
Eigenlijk had de boom
Stuartia moeten heten naar de Britse botanicus John
Stuart, (1713-1792). Maar toen de Zweedse plantkundige
Linneaus in de achttiende eeuw zijn nieuwe systeem om
planten (en dieren) te benoemen introduceerde, vergiste
hij zich bij de naamgeving van de Stewartia. Hij had de
plant zelf nog nooit in levenden lijve gezien, maar
baseerde zich op een illustratie van de Duitse
botanicus Georg Ehret waarop de verkeerde naam Stewart
voorkwam. Dit zelfde is ook gebeurd met de Westeria,
die eigenlijk Wistaria had moeten heten naar de
plantkundige Conrad Wistar.
De regels van de wetenschappelijke nomenclatuur
verbieden retroactieve correcties, zodat de door
Linneaus gegeven naam Stewartia als de enig correcte
moet worden beschouwd. De Engelsen bleven lange tijd de
naam Stuartia gebruiken.
In zijn natuurlijke
verspreidingsgebied,in Japan, groeit hij in de schaduw
van hoge bomen, dus bescherm hem tegen de felle middag-
zon en hij heeft een hekel aan hitte. Laat de
kluit/schaal nooit te heet worden onder invloed van de
zon, (ik heb eens een keer een temperatuur gemeten bij
een in de zon staande schaal aan de buitenrand van de
kluit van 41 graden Celcius.).Omdat de vele fijne
haarwortels veel trager gaan werken bij hitte of ze
stoppen helemaal met hun activiteiten, is het gevolg
bruine bladpunten en soms afsterven van hele takken.
Naar de herfst toe weer in de volle zon zetten voor het
verkrijgen van een mooie rode herfstkleur. Laat hem
niet te nat worden in de herfst dan wordt de kleur op
zijn mooist. U kunt ook nog de voet van de stam met
wintergroene takken (bv. stukjes coniferen)
beschermen tegen de felle middagzon in de zomer. In de
winter bij lager dan – 5 graden moet u beschermen tegen
vorst. Vergelijkbaar met de Ulmus parviflora. Alle
Stewartia’s groeien traag (hoewel
nieuwe uitlopers vrij lang kunnen worden)en blijven ook
na jaren vrij kleine, meestal meerstammig of sterk
vertakte struiken/bomen. Het geslacht
Stewartia telt zeven bladverliezende
soorten die niet allemaal even geschikt zijn als bonsai
en in ons klimaat.
De bekendste en ook vrijwel enige soort die wel eens
wordt aangeboden bij boomkwekers(Esveld heeft enkele
soorten)) is Stewartia pseudocamellia.
De oorspronkelijke soort is afkomstig uit Japan. Ze
werd rond 1860 in Europa geïntroduceerd door de
Russische botanicus Maximowicz. In begin 1900 werd in
Korea een licht afwijkende vorm ontdekt die beschouwd
werd als een aparte vorm, S. Koreana, maar nu
meestal als S. pseudocamellia var. Koreana wordt
aangeduid. Het is wel de meest winterharde en in ons
klimaat ook de mooiste soort. Het is een opgaande,
meestal meerstammig en sterk vertakte boom/struik die
maximaal 10 m hoog en 5 m breed wordt. Hij bloeit
in juni-juli met grote witte camellia-achtige bloemen
en met een schitterende herfstkleur van oranjerood tot
paars. De bruingroene schors die zoals een plataan
afbladdert en dan een lichtgeel-groen-bruin
dambordpatroon laat zien, is heel mooi.
Er bestaan enkele cultivars zoals ‘Harold
Hillier’ (een cultivar van de Belgische
amateurdendroloog Philippe de Spoelberch van het
Arboretum van Herkenrode). Stewartia x
henryae is een spontane kruising tussen
S. pseudocamellia en S.
monadelpha met iets kleinere bloemen, die in
ons klimaat de mooiste herfstverkleuring kan
geven.
S.
monadelpha is inheems in Japan
en kan uitgroeien tot een flinke boom van wel 30 m
hoog. Bij ons max. 15 m. De geurende bloemen van deze
S. monadelpha zijn vrij klein, ongeveer 3 cm, maar zijn
met vele en bloeien pas eind juni. De schors bladdert
niet zo veel af en in fijnere schilfers dan bij
S. pseudocamellia. Hij doet een beetje
denken aan Acer grimeur. In het zuiden van Engeland
zijn geweldige exemplaren te zien van deze soort. Bij
ons is hij jammer genoeg niet helemaal
winterhard. De uit Japan afkomstige S.
serrata is dan weer wel goed winterhard. Deze
soort heeft ook een mooi afbladderende schors,
verkleurt prachtig in de herfst en bloeit overvloedig
in juni. Nadeel is echter dat de bloempjes zelden
helemaal opengaan en snel afvallen.
In Verenigde Staten komen twee soorten voor die bij ons
twijfelachtig winterhard zijn, de S. malacodendron en
de S. ovata. Niet interessant als bonsai.
Grondsoort:
Net
zoals de Camellia verkiest Stewartia een neutrale tot
licht zure grond, Kanuma vermengt met Akadama en
vezelige turf, met wat split of Bims, dus goed
doorlaatbaar.
jonge
uitloper.
Blad:
Donker
groen, ovaal tot omgekeerd eirond. Fijn gezaagd, gladde
bovenzijde en licht behaarde onderkant. Mooie
oranjerode tot paarse herfstkleur.
Bloemen:
Witte
Camellia achtige bloemen met gele meeldraden en 5
kroonbladen, die verschijnen in de bladoksels.
Bloeitijd: Juni/juli.
Vruchten:
Houtige doosvrucht,
ca. 2 cm