Tsuga
canadensis
Familie: Pinaces
Nederlandse naam: Scheerlingsden of
Hemlockspar
Japanse naam: Kometsuga
De Tsuga is in onze
omgeving een niet alledaagse, bekende boom en is
daardoor moeilijk te vinden bij de boomkwekers. Toch
heb ik beslag weten te leggen op een mooie partij van 5
jaar “oude” bomen, 1 meter hoog, goed vertakt en
breed.Ik vond ze bij een kweker in Brabant.
Soorten;
Tsuga
mertensiana
Komt veel voor in
Amerika, kan wel 50 meter hoog worden, maar is bij ons
niet helemaal winterhard.
Tsuga
chinensis
Heeft wat bredere
naalden met een compact naaldendek.
Tsuga
sieboldi
Bijna niet te
onderscheiden van de diversifolia.
Tsuga
diversifolia
Een Japanse soort die
wat kleiner/compacter blijft ,kortere naalden ( 5 – 10
mm) heeft; bovendien staan die een beetje rommelig door
elkaar.
Tsuga
heterrophylia - Califonische
Hemlock
Een zeer grote boom
tot wel 80 meter hoog met iets hangende takken, de
naalden zijn wat groter tot 20 mm. Niet
winterhard.
Er is nog een type dat
je wel eens tegenkomt in de tuincentra. Deze groeit
heel compact als een bolletje, de:
Jeddeloh. Deze soort is ook zeer
geschikt voor ons bonsai wereldje.
De Tsuga
canadensis of de Canadese
hemlockspar
Deze soort is het best
te verkrijgen in ons land . Evenals de al genoemde
“Jeddeloh”(te verkrijgen bij Herman Geers in Boskoop,
speciaal kweker voor dwerg bomen)De T. canadensis komt
uit Canada, Noord – Amerika en enkele delen in
Azië en is daar een veel voorkomende bosboom in
bergachtige gebieden. De T. canadensis kan bij ons 30 á
35 meter hoog worden. De naalden zijn aan de bovenzijde
donker groen en aan de onderkant grijs/wit in twee
stroken.
In de zomer vormt hij
kegels van wel 25 cm lang en 12 – 15 mm breed. De
oudere boom vormt op latere leeftijd een mooie
roodbruine gegroefde schors met diepe
kloven.
De T. canadensis is
een zeer goed bruikbare boom voor bonsai, ideaal voor
een schaduwrijke plek in uw tuin of op balkon, zeker
omdat hij alles in zich heeft voor een goede bonsai,
zoals , kleine naalden,heel goede vertakking en
compacte groei. In Japan gebruikt men vooral de Tsuga
diversifolia en soms ziet u daar ook de T. sieboldii.
Hier in Europa ziet men wel eens een enkele keer de
T.heterophylia en de T. mertensiana (niet winterhard).
Maar de meest voorkomende is de T.
canadensis.
De Hemlockspar laat
zich uitstekend vormen tot een elegante bonsai
door aan te sluiten op zijn natuurlijke vormen.
Yamadori zul je zelden vinden, omdat hij hier bijna
niet voorkomt en zich moeilijk op wat oudere leeftijd
laat opgraven met zijn wortels. Dus zult u zich moeten
concentreren op vrij jong materiaal. Wilt u sneller een
dikkere stam kweken dan zal de Tsuga enkele jaren(3 á 4
jaar)in de volle grond moeten kweken of in een grote
kuip/pot. Dat geeft ook snel een goed resultaat .
Probeert u vooraf de boom door snoeien de proporties te
geven die u wilt hebben; dus snoeit u overbodige takken
weg en bedraadt en vormt de takken waar u mee door wilt
gaan en laat deze het hele jaar vrijuit groeien. In
deze 3 á 4 jaar rijkelijk bemesten. Zet de Tsuga op een
niet te zonnige en dus schaduwrijke plek in een vrij
zure (mengen met Kanuma )en vochtige grond. Ieder
najaar de boom vrij drastisch terug snoeien om een
fijnere vertakking te krijgen en ieder jaar blijven
vormen. In het voorjaar de boom uit de grond halen en
de wortels terug brengen/snoeien naar het formaat van
het jaar ervoor. U plaatst hem direct weer in het
zelfde plantgat. Na 3 á 4 jaar de wortelkluit in
een tweetal jaarlijkse stappen terug snoeien naar de
gewenste grote voor de door u uitgezochte schaal.
Oppotten in eerder genoemd grondmengsel.
Stijlen
Hier volgen wat
stijlen waarin de T. canadensis
gevormd kan worden, uiteraard in beknopte vorm;er is
immers al genoeg geschreven over stijlen.
Fukinagashi -
windgestriemd
Gejaagd door de wind;
een wat dramatische vorm met veel beweging, echt een
boom die hoog in de bergen op een klif of top
groeit waar de wind altijd uit één richting waait. Er
zijn geen regels voor de stamvorm of de plaatsing van
de takken, als de takken maar één richting op staan,
met de wind mee. Maar het is een van de moeilijkste
stijlen om hem succesvol te creëren, zeker aan de basis
van de stam. Bij deze stijl mag dood hout
voorkomen.
Chokkan –
formeel rechtopgaand
Zoals de naam al
zegt is dit is de meest formele stijl. De stam moet
kaarsrecht en taps zijn. De takken moeten in
dikte en lengte van de onderste tot de bovenste tak
formeel gerangschikt zijn (d.w.z.: van bovenaf gezien
een wenteltrap) en horizontaal staan of licht naar
beneden gebogen worden.
Sokan –
dubbele of tweelingstam
Moet direct uit de
wortelvoet in tweeën groeien. De hoogte van de twee
stammen mag nooit gelijk zijn.
Twee stammen, de een
dunner en kleiner/korter dan de hoofdstam, aan de basis
samen gegroeid. Enkele van deze tweestammen zijn
aanwezig in deze partij.
Sankan –
driestam
Is een uitbreiding van
de hierboven genoemde; de hoofdboom is het langst en
neemt een centrale plaats in.
Kabudachi –
meerstam
Gelijk aan de vorige,
alleen zijn er nu meer stammen. Uit bomen die aan de
voet zijn afgezaagd ontstaat vaak geschikt
materiaal
Kengai -
cascade
Dit is een oude
Chinese stijl, ontstaan door het zien van bomen hangend
aan rotswanden. Het creëren van een cascade is
zeer nauwkeurig werk.
Han –
kengai - half cascade
Dit is een variant op
de vorige stijl. Ruim opgevat kan bijna elke
horizontale of bijna horizontale stam als semi cascade
worden aangeduid.
Dit zijn wel zo’n
beetje de stijlen waarin een T. canadensis gevormd kan
worden, zeker geen bezemstijl, literati, of moyogi.
Alle vormen van dood hout zijn overbodig.
Verzorging.
Standplaats
Tsuga’s zijn
schaduwbomen en verkiezen een hoge luchtvochtigheid
(dus veel sproeien) In de winter jonge bomen beschermen
tegen een felle oosten wind vanwege het uitdrogen van
de jonge naalden.
De
snoei
De Tsuga’s verdragen
zeer goed snoeien is zelfs zeer geschikt voor hagen. Na
het uitlopen van de jonge scheuten kunnen die sterk
worden genepen/geknipt, tot de gewenste lengte;
persoonlijk geef ik de voorkeur aan nijpen. Dit
komt de fijne vertakking en verkleining van de
naalden ten goede. Half tot eind augustus de twijgjes
die de vorm nog verstoren terug snoeien. Als het loof
te dicht groeit, kunt u de twijgjes
uitdunnen.
Bedraden
In de loop van het
seizoen bedraden geeft het beste resultaat. Al na 3
weken controleren op ingroeien en na 8 á 10 weken zijn
de takjes al gezet. Haalt u tijdig – dus vóór het
ingroeien - draad weg en bedraadt u indien
nodig opnieuw.
Ziekten
Er komen weinig of
geen ziekten voor bij de Tsuga’s op een enkele keer
wortelrot na (te vaste grond), maar als u goed
doorlatende grond gebruikt, zal dit wel
meevallen.
Vermeerderen
Zaaien, de beste
zaaitijd is maart.
Stekken, in oktober.
Neem zijscheuten van 5 á 7 cm lang en zet deze in een
mengsel van 4 delen turf en 1 deel zand; gebruikt u
hierbij stekpoeder.
Marcotteren dit gaat
heel erg goed bij de Tsuga in maart – april; er
zijn na 10 weken al genoeg wortels aanwezig om hem op
te potten.
Grondsoort en
verpotten
Gebruik een vrij zure,
goed doorlatende grond, een derde basis mengsel
vermengd met split of Bims en twee derde
Kanuma. Nooit kalkrijk materiaal
gebruiken.
Voor u een Tsuga in
een schaal gaat zetten brengt u de kluit voorzichtig op
de gewenste grote in twee jaarlijkse stappen ,
(nooit te veel wortelsnoei in één
keer) en behandel de wortels alleen als de
boom gezond is. Als u te veel wortels wegneem in één
keer kan het voorkomen dat de Tsuga dat jaar nauwelijks
nieuwe wortels maakt. Verder om de 3 á 4 jaar
verpotten. Neem een wat diepere schaal, hoewel een
Tsuga ook zeer mooi staat op een platte steen, maar
zorgt u er dan wel voor dat de zijkanten voldoende hoog
zijn voor wat meer grond. U weet nog wel van onze
“bosje-workshop”, een walletje klei.
Winter
bescherming
Nauwelijks winter
bescherming nodig, matig vochtig houden en ziet u er op
toe dat de kluit niet droog vriest.